ECLI:NL:OGEAA:2019:553

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
28 augustus 2019
Publicatiedatum
29 augustus 2019
Zaaknummer
AUA201902397
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.E.B. de Haseth
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 54 Lar
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij bezwaar verblijfsvergunning

Verzoekster, houder van de Colombiaanse nationaliteit, had een vergunning tot tijdelijk verblijf die was verlopen. Haar verzoek tot verlenging werd op 10 juli 2019 afgewezen door verweerder, de Minister van Justitie, Veiligheid en Integratie. Verzoekster maakte bezwaar en verzocht het gerecht om een voorlopige voorziening om de afwijzing te schorsen zodat zij de beslissing op bezwaar kon afwachten.

Tijdens de zitting gaf verweerder aan dat de afwijzing was gebaseerd op een onjuiste grondslag, omdat de vergunning van de echtgenoot van verzoekster niet was meegenomen. Verweerder beloofde binnen twee weken de afwijzing te herzien. Het gerecht oordeelde dat het spoedeisend belang ontbrak om de voorlopige voorziening toe te kennen, omdat de herziening van de beschikking spoedig zou volgen.

Daarom wees het gerecht het verzoek af en oordeelde dat er geen grond was voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter M.E.B. de Haseth op 28 augustus 2019 en is niet vatbaar voor beroep.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.

Uitspraak

Uitspraak van 28 augustus 2019
Lar nr. AUA201902397

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK
op het verzoek in de zin van artikel 54 van Pro de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:

[ Verzoekster ],

wonend in Aruba,
VERZOEKSTER,
gemachtigde: drs. M.L. Hassell,
gericht tegen:

DE MINISTER VAN JUSTITIE, VEILIGHEID EN INTEGRATIE,

zetelend in Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: mr. M. van Wilgen (DIMAS).

PROCESVERLOOP

Bij beschikking van 10 juli 2019 (CRV 5001076317) heeft verweerder het verzoek van verzoekster om verlening van een vergunning tot tijdelijk verblijf afgewezen.
Hiertegen heeft verzoekster op 16 juli 2019 bezwaar gemaakt.
Op 18 juli 2019 heeft verzoekster het gerecht verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Het gerecht heeft het verzoek ter zitting behandeld op 14 augustus 2019, waar verzoekster, bijgestaan door voornoemde gemachtigde, en verweerder bij voornoemde gemachtigde, zijn verschenen.
Uitspraak is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

1. Ingevolge artikel 54, eerste lid, van de Lar, kan, indien krachtens deze landsverordening een bezwaar- of beroepschrift aanhangig is, de indiener daarvan aan het gerecht verzoeken om de bestreden beschikking onderscheidenlijk beslissing op het bezwaarschrift te schorsen op grond, dat de uitvoering daarvan voor betrokkene een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering daarvan te dienen belang.
Ingevolge het tweede lid kan ter voorkoming van nadeel als bedoeld in het eerste lid, op het verzoek van de indiener ook een voorlopige voorziening worden getroffen.
Feiten
2.1
Verzoekster heeft de Colombiaanse nationaliteit.
2.2
Aan verzoekster was een vergunning tot tijdelijk verblijf verleend met een geldigheidsduur van 14 augustus 2017 tot 22 mei 2018.
2.3
Het afgewezen verzoek van 26 april 2018 strekte tot verlenging van die vergunning.
2.4
Bij beschikking van 10 juli 2019 heeft verweerder aan de echtgenoot van verzoekster een vergunning tot verblijf voor onbepaalde tijd verleend.
Standpunten van partijen
3.1
Aan de afwijzing van 10 juli 2019 heeft verweerder ten grondslag gelegd dat verzoekster niet voldoet aan de voor toelating gestelde vereisten, omdat haar echtgenoot geen legale status heeft.
3.2
Het verzoek strekt tot schorsing van de bestreden beschikking en het treffen van een voorlopige voorziening, inhoudende dat verzoekster een beslissing op het bezwaar van 16 juli 2019 in Aruba mag afwachten. Daaraan legt verzoekster ten grondslag dat verweerder zich bij het afgewezen verzoek ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat zij niet aan de vereisten om voor toelating in aanmerking te komen voldoet, nu aan haar echtgenoot een vergunning tot verblijf voor onbepaalde tijd is verleend.
Beoordeling
4.1
Ter zitting heeft verweerder te kennen gegeven dat bij het geven van de afwijzende beschikking van 10 juli 2019 ten onrechte de beschikking van diezelfde dag, waarbij aan de echtgenoot van verzoekster een verblijfsvergunning is verleend, niet is betrokken. De aan de afwijzing ten grondslag gelegde afwijzingsgrond zal in bezwaar dan ook geen standhouden, aldus verweerder. Daarbij heeft verweerder toegezegd dat op korte termijn, binnen ongeveer twee weken, een beschikking op het bezwaar van verzoekster zal worden gegeven, waarbij de afwijzing van 10 juli 2019 zal worden herzien.
4.2
Onder deze omstandigheden valt niet in te zien dat de door verzoekster gestelde belangen zodanig spoedeisend zijn, dat de aldus door verweerder te geven beschikking niet kan worden afgewacht. Gelet hierop, zal het verzoek worden afgewezen.
4.3
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen grond.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 augustus 2019 in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.