ECLI:NL:OGEAA:2019:602
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening verblijfstitel na bezwaar tegen beleidsbesluit
Verzoekster heeft op 12 juni 2019 een aanvraag ingediend voor een vergunning tot tijdelijk verblijf bij haar partner in Aruba, welke op 5 juli 2019 door verweerder is afgewezen omdat zij zonder geldige verblijfstitel in Aruba verbleef en de eerste aanvraag in het buitenland had moeten worden gedaan. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg op 13 augustus 2019 om een voorlopige voorziening om de beslissing op bezwaar in Aruba af te wachten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek om schorsing van de beschikking een voorlopig karakter heeft en niet bindend is in de bodemprocedure. Verweerder handhaaft het beleid dat een eerste aanvraag in het buitenland moet worden gedaan, tenzij men gehuwd is met een in Aruba geboren Nederlander, wat niet op verzoekster van toepassing is.
Verzoekster stelde dat het beleid in strijd is met artikel 8 EVRM Pro (recht op gezinsleven) en het gelijkheidsbeginsel, verwijzend naar vergelijkbare gevallen waarin vergunningen wel werden verleend. Het gerecht stelt dat er geen inmenging is in het gezinsleven omdat verzoekster geen verblijfstitel wordt ontnomen die dat recht beperkt, en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een positieve verplichting tot vergunningverlening opleggen.
Ook is vastgesteld dat de andere gevallen waarin vergunningen werden verleend fouten of onregelmatigheden betreffen, waardoor verzoekster geen vertrouwen mocht ontlenen aan afwijking van het beleid. Gezien deze overwegingen wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de tijdelijke verblijfvergunning wordt afgewezen.