Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN
4.BEOORDELING VAN HET BEROEP
Ontvankelijkheid beroep
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Belanghebbende, een eenmanszaak actief in de verkoop van loten, kreeg naheffingsaanslagen BBO, loonbelasting en premies opgelegd over 2012, met verzuimboetes wegens niet tijdig indienen van aangiften. De bezwaren tegen de aanslagen van januari tot en met april 2012 werden te laat ingediend en hadden niet-ontvankelijk verklaard moeten worden, maar de Inspecteur had deze ten onrechte ontvankelijk verklaard. Het Gerecht vernietigde daarom de uitspraken op bezwaar over deze periode en verklaarde het beroep gegrond.
Voor de naheffingsaanslag BBO over mei tot en met december 2012 was het bezwaar wel tijdig ingediend. Belanghebbende had pas in de bezwaarfase aangiften gedaan, wat niet als vereiste aangifte geldt, waardoor de bewijslast werd omgekeerd en verzwaard. De Inspecteur baseerde de aanslag op een redelijke schatting van de omzet, die het Gerecht niet onredelijk achtte gezien de aard van de onderneming.
Belanghebbende voerde aan dat de onderneming feitelijk door een ander werd geëxploiteerd en onderbouwde dit met bonnetjes en een brief, maar kon de schatting niet overtuigend weerleggen. De naheffingsaanslag werd daarom gehandhaafd. Ook de verzuimboete van 10% over het aanslagbedrag werd passend bevonden. Het Gerecht veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep is gegrond voor aanslagen en boetes januari-april 2012 en ongegrond voor de aanslag BBO mei-december 2012; verzuimboete en aanslag worden gehandhaafd.