ECLI:NL:OGEAA:2019:611

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
12 september 2019
Publicatiedatum
30 september 2019
Zaaknummer
AUA201800843
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • N.K. Engelbrecht
  • J.R. Geerman
  • E.E. de Cuba
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 lid 1 LvZv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen beëindiging ziekengeld bij cerebrovasculaire aandoening

Appellant had zich in maart 2016 ziek gemeld wegens sequelae na multipele cerebrovasculaire aandoeningen en in juli 2017 wegens een Transient Ischemic Attack (TIA). De Sociale Verzekeringsbank besloot op 6 maart 2018 het ziekengeld te beëindigen omdat twee jaren waren verstreken sinds de eerste ziektemelding voor dezelfde ziekteoorzaak.

Appellant voerde aan dat het TIA een andere ziekteoorzaak was dan de eerdere CVA, en dat hij daarom recht had op voortzetting van het ziekengeld. Het College van Beroep onderzocht de medische feiten, waaronder een ontslagbrief van het ziekenhuis die stelde dat appellant sinds februari 2016 bekend was met zowel CVA’s als TIA’s, en dat de neurologische gevolgen van de beroerte toenamen.

Gezien de medische literatuur en feiten oordeelde het College dat zowel TIA als CVA cerebrovasculaire aandoeningen zijn en dat de ziekmeldingen dezelfde ziekteoorzaak betreffen. Op grond van artikel 5, lid 1 van de Landsverordening ziekteverzekering vervalt het recht op ziekengeld na twee jaar voor dezelfde ziekteoorzaak. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld vervalt per 14 maart 2018 wegens dezelfde ziekteoorzaak.

Uitspraak

Uitspraak van 12 september 2019
CvB nr. AUA201800843
COLLEGE VAN BEROEP
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening ziekteverzekering (LvZv) van:
[Appellant],
wonende in Aruba,
APPELLANT
gemachtigde: mr. S.O.R.G. Faarup,
tegen de beslissing van 6 maart 2018 van
DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK,
zetelend in Aruba,
VERWEERDER, hierna te noemen de bank,
gemachtigde: de advocaat mr. M.D. Tromp.

1.HET PROCESVERLOOP

1.1
Bij beslissing van 6 maart 2018 heeft de bank besloten dat appellant vanaf 14 maart 2018 geen recht meer heeft op tegemoetkoming in verband met verminderde belastbaarheid wegens sequelae na multipele cerebrovasculaire aandoeningen, aangezien twee jaren zijn verstreken sinds de eerste ziektemelding ter zake van die ziekte.
1.2
Tegen deze beslissing heeft appellant op 28 maart 2018 schriftelijk beroep aangetekend.
1.3
Op 2 augustus 2018 heeft de bank een verweerschrift ingediend.
1.4
Het beroep van appellant is, na een keer te zijn aangehouden op verzoek van appellant, op de bijeenkomst van 16 mei 2019 van dit College behandeld, in aanwezigheid van appellant in persoon, bijgestaan door de gemachtigde mr. S.O.R.G. Faarup voornoemd, en namens de bank, mevrouw drs. Viviana Bustos, verzekeringsarts, de heer drs. Marcel Romijn, bedrijfsarts, en mevrouw mr. B. Every, juridisch adviseur, bijgestaan door de gemachtigde voornoemd.
2.DE BEOORDELING
2.1
Appellante kan zich niet verenigen met de beslissing van de bank om hem geen ziekengeld meer toe te kennen en heeft zich – samengevat – op het standpunt gesteld dat zijn ziektemelding op 10 juli 2017 niet dezelfde ziekteoorzaak betrof als zijn ziektemelding op 14 maart 2016. Ter onderbouwing hiervan heeft appellant aangevoerd dat hij zich op 14 maart 2016 ziek had gemeld wegens een CVA, en dat hij zich vervolgens op 10 juli 2017 ziek heeft gemeld wegens een Transient Ischemic Attack (TIA). De controlekaart wegens deze laatste ziektemeldingskaart expireert pas op 10 juli 2019. Hij heeft dus recht op tegemoetkoming.
2.2
Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de LvZv, voor zover thans van belang, heeft de werknemer die als gevolg van ziekte arbeidsongeschikt is, recht op ziekengeld vanaf de vierde dag van de ziekmelding. Het recht op ziekengeld ter zake van eenzelfde ziekteoorzaak vervalt na twee jaar.
2.3
In geschil is de vraag of de bank op goede gronden heeft besloten dat in dit geval sprake is van eenzelfde ziekteoorzaak als bedoeld in de tweede volzin van artikel 5, lid 1 van de LvZv.
2.4
Het College gaat bij de beoordeling uit van de volgende feiten en omstandigheden.
2.4.1
Appellant heeft zich op 14 maart 2016 voor het eerst arbeidsongeschikt gemeld wegens sequelae na multipele cerebrovasculaire aandoeningen en werd onder ziektemeldingskaart nr. 656146 gecontroleerd.
2.4.2
Appellant heeft zich op 10 juli 2017 arbeidsongeschiktheid gemeld bij de bank wegens een TIA.
2.4.3
Uit de ontslagbrief van 16 november 2017 van de afdeling neurologie van het ziekenhuis, blijkt dat appellant vanaf februari 2016 bekend is met CVA’s en TIA’s, dat hij op 28 oktober 2017 wegens een CVA in het ziekenhuis werd opgenomen en dat hij in de loop van de tijd steeds meer blijvende neurologische verschijnselen als gevolg van de CVA heeft overgehouden.
2.5
Uit de medische literatuur blijkt dat TIA en CVA, cerebrovasculaire aandoeningen zijn. Een TIA is een tijdelijke of voorbijgaande beroerte, waarbij de verschijnselen van beroerte kort aanhouden. Een CVA is een beroerte of ‘stroke’, waarbij een deel van de hersenen opeens te weinig of geen zuurstof krijgt.
2.6
Gelet hierop en op genoemde feiten en omstandigheden heeft de bank naar het oordeel van het College, op goede gronden geconstateerd dat de ziekmelding in juli 2017 dezelfde ziekteoorzaak betreft als die in maart 2016 namelijk cerebrovasculaire aandoening (beroerte). Op grond van artikel 5, lid 1 van de LvZv heeft appellant vanaf 14 maart 2018 geen aanspraak meer op ziekengeld ter zake van deze ziekteoorzaak.
2.7
Het vorenstaande leidt tot de slotsom dat het beroep ongegrond moet worden verklaard.

3.BESLISSING

Het college
- verklaart het beroep ongegrond.
Aldus gegeven op 12 september 2019 door mr. N.K. Engelbrecht, voorzitter, J.R. Geerman en E.E. de Cuba, leden, in tegenwoordigheid van de secretaris.