ECLI:NL:OGEAA:2019:682

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
15 oktober 2019
Publicatiedatum
25 oktober 2019
Zaaknummer
AUA201901551
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • N.K. Engelbrecht
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:406 lid 1 BWA
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling kinderalimentatie en bijdrage vader in verzorgingskosten minderjarige

De minderjarige, geboren in 2010 in Aruba, is erkend door de vader. De moeder verzocht om een maandelijkse bijdrage van Afl. 430,- voor verzorging en opvoeding, omdat de huidige bijdrage van Afl. 330,- ontoereikend is. De vader verscheen niet en diende geen verweerschrift in.

Het gerecht benadrukte de wettelijke verplichting van ouders om bij te dragen naar draagkracht in de kosten van hun minderjarige kinderen. De moeder stelde de kosten op Afl. 860,- per maand, en het gerecht stelde de bijdrage van de vader vast op de helft daarvan, namelijk Afl. 430,- per maand.

Gezien het ontbreken van verweer en de draagkracht van de moeder achtte het gerecht deze bijdrage passend. De alimentatieverplichting gaat in per 1 september 2019, omdat de vader niet eerder van het verzoek kon zijn op de hoogte. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en wijst verdere of hogere vorderingen af.

Uitkomst: Vader wordt veroordeeld tot betaling van Afl. 430,- per maand aan kinderalimentatie ingaande 1 september 2019.

Uitspraak

Beschikking van 15 oktober 2019
behorend bij EJ nr. AUA201901551
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de alimentatiezaak tussen
DE VOOGDIJRAAD,
gevestigd in Aruba,
VERZOEKER,
vertegenwoordigd.
en
[Naam verweerder],
wonende in Aruba, te [Adres],
VERWEERDER, hierna te noemen de vader,
niet verschenen.
Belanghebbende:
[Naam belanghebbende], de moeder.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift, ingediend op 9 mei 2019;
  • de mondelinge behandeling ter zitting van 3 september 2019, waar zijn verschenen, [naam medewerkster] namens de Voogdijraad en de moeder in persoon. De vader heeft geen verweerschrift ingediend en is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is

2.DE FEITEN

De thans nog minderjarige [naam minderjarige] (hierna: de minderjarige) is op [geboortedatum] 2010 in Aruba geboren uit de relatie tussen de vader en de moeder.De vader heeft de minderjarige erkend.

3.HET VERZOEK

Het verzoek strekt tot het veroordelen van de vader tot betaling van een maandelijkse bijdrage van Afl. 430,- ingaande 1 mei 2019 als voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige. Daartoe wordt aangevoerd dat de vader voldoende inkomen uit arbeid geniet en in staat moet worden geacht om bij te dragen in de kosten van onderhoud van de minderjarige. Ter zitting heeft de moeder aangevoerd dat de vader thans met een bedrag van Afl. 330,- per maand bijdraagt, maar dat dit bedrag niet toereikend is.

4.DE BEOORDELING

4.1
Het gerecht stelt voorop dat ouders verplicht zijn te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Dit geschiedt naar draagkracht. Artikel 1:406 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) bepaalt, dat in het geval een ouder zijn verplichting tot voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding niet of niet behoorlijk nakomt, zowel de Voogdijraad als de andere ouder de rechter kan verzoeken het bedrag te bepalen dat deze ouder ten behoeve van het kind zal moeten uitkeren.
4.2
De moeder heeft de kosten van de minderjarige bepaald op afgerond Afl. 860,- per maand. De vader heeft geen gebruik gemaakt van de hem geboden gelegenheid zich te verweren. Het gerecht zal de kosten van de minderjarige dan ook vaststellen op dat bedrag.
4.3
Gelet op de draagkracht van de moeder, de behoefte van de minderjarige en op het ontbreken van enig verweer acht het gerecht een door de vader te betalen bijdrage van Afl. 430,- per maand in de kosten van verzorging en opvoeding in overeenstemming met de wettelijke maatstaven, zij het dat de alimentatieverplichtinglaterdan verzocht ingaat, omdat de vader geacht kan worden niet eerder van het verzoek te hebben kennisgenomen.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
bepaalt de door de vader [naam verweerder] met ingang van 1 september 2019 maandelijks te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2010 in Aruba, op een bedrag van Afl. 430,- per maand, bij vooruitbetaling aan de Voogdijraad te voldoen,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
wijst af het anders of meer verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter zitting van dinsdag 15 oktober 2019 in aanwezigheid van de griffier.