Uitspraak
1.DE PROCEDURE
- het verzoekschrift, ingediend op 11 april 2019;
- de mondelinge behandeling ter zitting van 20 augustus 2019, waar zijn verschenen [namen raadsonderzoekers] namens de Voogdijraad, de moeder in persoon en de man in persoon.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
De zaak betreft een verzoek van de Voogdijraad tot het opleggen van een maandelijkse bijdrage door de man, als verwekker van een minderjarige, in de kosten van verzorging en opvoeding. De man voerde verweer dat hij geen verantwoordelijkheid wilde dragen en verwees naar zijn gezinssituatie en conflicten met de moeder.
Het gerecht stelde vast dat de man onvoldoende weersproken had dat hij de verwekker is en dat hij op grond van artikel 1:394 BWA Pro verplicht is bij te dragen. De kosten van verzorging en opvoeding werden vastgesteld op 400 gulden per maand. De draagkracht van beide ouders werd berekend aan de hand van hun netto-inkomens en redelijke lasten.
De moeder heeft een netto-inkomen van circa 1453 gulden en houdt na lasten ongeveer 450 gulden over. De man heeft een netto-inkomen van circa 2148 gulden en houdt na lasten ongeveer 1226 gulden over. Het gerecht achtte een bijdrage van 150 gulden per maand passend, ingaande 1 september 2019.
De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het overige werd afgewezen.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot betaling van 150 gulden kinderalimentatie per maand vanaf 1 september 2019.