Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
[minderjarige],
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Verzoekster heeft een verzoek ingediend ex artikel 53 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) om verweerder te verplichten gevolg te geven aan een eerdere uitspraak van het gerecht van 8 januari 2018. Deze uitspraak had verweerder opgedragen binnen drie maanden een beslissing te nemen op het bezwaar van verzoekster van 10 maart 2017.
Verweerder heeft in het verweerschrift gesteld dat de aanvraag van verzoekster voor een tijdelijke verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging was afgewezen vanwege het ontbreken van een geldige verblijfsvergunning van de garantsteller. Echter, op 11 oktober 2017 heeft verweerder aan verzoekster een vergunning voor onbepaalde tijd verleend in het kader van het “dreamersproject”.
Het gerecht oordeelt dat met de verlening van deze vergunning reeds op het bezwaar van verzoekster is beslist, zodat artikel 53 Lar Pro niet van toepassing is. Daarom wordt het verzoek tot oplegging van een dwangsom afgewezen. De uitspraak is gedaan op 11 februari 2019 door rechter N.K. Engelbrecht.
Uitkomst: Het verzoek tot oplegging van een dwangsom wordt afgewezen omdat de vergunning reeds is verleend.