ECLI:NL:OGEAA:2019:690

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
24 september 2019
Publicatiedatum
28 oktober 2019
Zaaknummer
AUA201900982
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 431 RvArt. 985 RvArt. 1:26 lid 1 BW Aruba
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot erkenning voogdijbeslissing uit Dominicaanse Republiek in Aruba

De grootvader verzocht het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba om verlof te verkrijgen voor de tenuitvoerlegging van een voogdijbeslissing van 29 oktober 2018 uit de Dominicaanse Republiek. Deze beslissing droeg de voogdij over de minderjarige aan de grootvader over, zodat het kind in Aruba kon wonen.

De procedure omvatte het verzoekschrift, het advies van de ambtenaar van de burgerlijke stand en een mondelinge behandeling waarbij de grootvader en de ambtenaar verschenen, maar de ouders van het kind niet.

Het gerecht oordeelde dat de erkenning van de buitenlandse uitspraak niet mogelijk is omdat deze niet vatbaar is voor opname in het register van de burgerlijke stand van Aruba, zoals vereist op grond van artikel 1:26 lid 1 BW Pro Aruba. Tevens is de tenuitvoerlegging van buitenlandse rechterlijke beslissingen in Aruba slechts mogelijk onder specifieke voorwaarden die hier niet van toepassing zijn.

Daarom werd het verzoek afgewezen. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken door rechter E.M.D. Angela op 24 september 2019.

Uitkomst: Het verzoek tot erkenning en tenuitvoerlegging van de buitenlandse voogdijbeslissing wordt afgewezen.

Uitspraak

Beschikking van 24 september 2019
behorend bij EJ. nr. AUA201900982
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van
[verzoeker],
wonende in Aruba,
VERZOEK, hierna: de grootvader vz,
gemachtigde: de advocaat mr. R.L.F. Dijkhoff.
Belanghebbenden:
[naam moeder],hierna ook te noemen: de moeder,
[naam vader],hierna ook te noemen: de vader,
[naam kind], de minderjarige,
alle drie wonende in Santo Domingo,
DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND,hierna: de ambtenaar, gemachtigde: mr. A. Els.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, ingediend op 28 maart 2019,
- het advies van de ambtenaar, ingediend op 26 juni 2019;
- de mondelinge behandeling van 2 juli 2019, waaruit blijkt dat zijn verschenen de grootvader vz in persoon en bijgestaan door zijn gemachtigde en de ambtenaar bij zijn gemachtigde. De moeder en de vader zijn, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.DE FEITEN

2.1
Uit de affectieve relatie tussen [naam moeder] en [naam vader] is geboren [naam kind] op [geboortedatum] 2014 in Santo Domingo (hierna de minderjarige).
2.2
Bij beslissing van 29 oktober 2018 (nr. 642-2018-ENNC-06256) heeft het gerecht in de Dominicaanse Republiek “
Sala Civil del Tribunal de Niños, Niñas y Adolescentes del Distrito Judicial de Santo Domingo”op verzoek van de “Procuradora Fiscal de Niños, Niñas y Adolescentes de Santo Domingo” (solicitud de homologación) goedgekeurd de schikkingsakte (acta de entrega de guarda y custodia) tussen de ouders van de minderjarige en de grootvader vz d.d. 21 augustus 2018, waarbij de ouders akkoord gaan om de “guarda, custodia y tutela” over de minderjarige aan de grootvader vz over te dragen opdat de minderjarige bij de grootvader vz in Aruba kan gaan wonen.

3.HET VERZOEK

3.1
Het verzoek strekt ertoe dat bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, verlof wordt verleend voor de tenuitvoerlegging van voormelde beslissing van 29 oktober 2018 en wordt bepaald dat grootvader vz de voogdij heeft over de minderjarige.
3.2
Daartoe is ter zitting gesteld dat de grootvader vz met de minderjarige naar Aruba wil afreizen en dat het daarom in het belang van de minderjarige is dat voornoemde beslissing in Aruba wordt erkend.

4.DE BEOORDELING

Erkenning buiten Aruba gedane uitspraak

4.1
Het verzoek is kennelijk gebaseerd op artikel 431 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv). Ingevolge artikel 431 lid 1 Rv Pro kunnen behoudens de artikelen 985 tot en met 994, beslissingen door vreemde rechters gegeven binnen Aruba niet ten uitvoer worden gelegd. Artikel 985 Rv Pro bepaalt dat indien een beslissing, gegeven door de rechter van een vreemde Staat in Aruba uitvoerbaar is krachtens verdrag of wet, deze niet ten uitvoer wordt gelegd dan na daartoe verkregen rechterlijk verlof. In dit geval gaat het echter niet om de
tenuitvoerleggingvan de beslissing van de rechter van een vreemde Staat, maar om de erkenning ervan, zodat bovengenoemde bepaling niet van toepassing is.
Verzoek ex artikel 1:26 lid 1 BW Pro
4.2
Voor zover de verzoeker heeft beoogd een verzoek te doen ex artikel 1:26 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek van Aruba, komt ook dit verzoek niet voor toewijzing in aanmerking. Immers, op grond van artikel 1:26 lid 1 BW Pro kan een ieder, die daarbij een gerechtvaardigd belang heeft, het gerecht verzoeken een verklaring voor recht af te geven dat een op hem betrekking hebbende buiten Aruba gedane uitspraak overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is gedaan en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in een register van de burgerlijke stand. Voornoemde uitspraak van 29 oktober 2018 is overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie gedaan, maar is naar zijn aard niet vatbaar voor opneming in een register van de burgerlijke stand, aangezien die registers geen informatie omtrent “guarda y custodia” (gezag c.q. voogdij) over minderjarigen bevatten.
4.3
Het verzoek wordt, gelet op het vorenstaande, afgewezen.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.M.D. Angela, rechter in dit gerecht en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van dinsdag 24 september 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.