ECLI:NL:OGEAA:2019:693
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevel tot teruggave minderjarige aan moeder na voorlopige toevertrouwing aan Voogdijraad
De minderjarige, geboren in 2014 uit een relatie tussen de moeder en vader, was op 9 juli 2019 door het openbaar ministerie voorlopig aan de Voogdijraad toevertrouwd nadat het gezag aan de moeder was onttrokken. Het openbaar ministerie vroeg bekrachtiging van deze voorlopige maatregel.
Tijdens de zitting op 17 september 2019, waar de ouders en vertegenwoordigers van de Voogdijraad aanwezig waren, bleek dat er onvoldoende wettelijke gronden waren voor voortzetting van de voorlopige toevertrouwing. De Voogdijraad had aangegeven een verzoek tot ondertoezichtstelling te hebben ingediend, maar het gerecht benadrukte dat de voorlopige maatregel niet bedoeld is om een kind uit huis te plaatsen in afwachting van zo’n verzoek.
Op grond van artikel 1:272 BW Pro werd het verzoek tot voortzetting van de voorlopige toevertrouwing afgewezen. Tevens werd de vader kosteloze procesvoering toegestaan vanwege zijn financiële situatie. De minderjarige wordt teruggegeven aan de moeder, die het gezag alleen uitoefent.
Uitkomst: Verzoek tot voortzetting voorlopige toevertrouwing afgewezen en teruggave minderjarige aan moeder bevolen.