Uitspraak
1.DE PROCEDURE
- het verzoekschrift, ingediend op 5 juli 2019;
- de mondelinge behandeling ter zitting met gesloten deuren van 1 oktober 2019, alwaar verzoekers in persoon zijn verschenen.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
De zaak betreft een verzoek van de grootmoeder en moeder om de grootmoeder te belasten met de voogdij over een minderjarige geboren in 2013 in Aruba. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit en woont niet samen met de minderjarige, die bij de grootmoeder verblijft.
De moeder heeft een tijdelijke verblijfsvergunning als inwonende dienstbode, maar dit verhindert haar niet om het gezag uit te oefenen. Er is geen bewijs dat de moeder ongeschikt is of haar gezag niet kan uitoefenen, noch dat het gezag geschorst of ontzet moet worden. De vreemdelingenwetgeving vormt geen belemmering voor het gezag.
Het gerecht concludeert dat het verzoek tot voogdij niet kan worden ingewilligd en wijst het verzoek af. De beschikking is op 12 november 2019 in het openbaar uitgesproken door rechter N.K. Engelbrecht.
Uitkomst: Het verzoek tot belasten van de grootmoeder met voogdij wordt afgewezen omdat de moeder het ouderlijk gezag uitoefent en niet ongeschikt is.