Uitspraak
1.DE PROCEDURE
- het verzoekschrift, ingediend op 26 juni 2019,
- de mondelinge behandeling ter zitting op 24 september 2019, alwaar verzoeker in persoon is verschenen.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Bij beschikking van 12 oktober 2018 werd verzoeker benoemd tot curator van zijn onder curatele gestelde moeder. De beloning van de curator was toen niet geregeld. Verzoeker vroeg om vaststelling van een beloning op basis van de werkzaamheden, waarbij hij stelde dat het curatorschap veel tijd in beslag nam en hij daardoor geen andere inkomsten kon genereren.
De curator verwees naar artikel 2 lid 3 van Pro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren uit Nederland, dat een jaarbeloning van 0,75% van het vermogen toestaat indien dit meer dan € 1.000.000 bedraagt. Het gerecht stelde echter vast dat deze regeling niet in Aruba geldt en dat de beloning geregeld is in artikel 1:386 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek van Aruba, dat 5% van de netto-opbrengst voorschrijft, tenzij bijzondere omstandigheden anders vereisen.
De curator overlegde financiële overzichten waaruit bleek dat het vermogen van de onder curatele gestelde meer dan Afl. 1.000.000,- bedroeg. Tevens bleek dat hij extra werkzaamheden verrichtte, zoals benoeming als Legal Guardian in de Verenigde Staten en het voeren van correspondentie via een advocaat. Gezien deze bijzondere omstandigheden besloot het gerecht aan te sluiten bij de Nederlandse regeling en stelde de beloning vast op 0,75% van het vermogen zolang dit boven Afl. 1.000.000,- blijft.
Uitkomst: De curator krijgt een jaarbeloning van 0,75% van het vermogen van de onder curatele gestelde zolang dat vermogen meer dan Afl. 1.000.000,- bedraagt.