Uitspraak
1.DE PROCEDURE
- het verzoekschrift, ingediend op 4 juni 2019,
- de mondelinge behandeling op 15 oktober, in aanwezigheid van de moeder en de vader, en de raadsonderzoeker van de Voogdijraad, [naam raadsonderzoeker].
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
De vader verzocht het gerecht om gezamenlijk gezag over zijn twee minderjarige kinderen toe te kennen, de hoofdverblijfplaats bij hem vast te stellen, een omgangsregeling tussen de moeder en de kinderen te regelen en de moeder te veroordelen tot betaling van kinderalimentatie.
De minderjarigen zijn geboren uit de relatie tussen de vader en moeder, waarbij de moeder tot dan toe het gezag alleen uitoefende. De vader verzorgt de kinderen dagelijks sinds de moeder het huis in 2013 verliet. De moeder verzette zich niet tegen het verzoek tot gezamenlijk gezag.
Het gerecht oordeelde dat gezamenlijk gezag passend is omdat er geen bezwaren of risico's zijn dat de kinderen klem komen te zitten tussen de ouders. De hoofdverblijfplaats wordt bij de vader vastgesteld omdat de kinderen daar feitelijk wonen en hun ontwikkeling niet wordt bedreigd. De omgangsregeling bepaalt dat de moeder de kinderen wekelijks op zondag mag zien.
Voor de alimentatie stelde het gerecht de kosten van verzorging en opvoeding vast op Afl. 450 per maand per kind. Op basis van de draagkracht van de ouders werd de bijdrage van de moeder vastgesteld op Afl. 157,50 per maand per kind, met ingang van 1 januari 2020. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het verzoek tot gezamenlijk gezag, hoofdverblijfplaats bij de vader, omgangsregeling en kinderalimentatie is toegewezen.