ECLI:NL:OGEAA:2019:791

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
4 december 2019
Publicatiedatum
18 december 2019
Zaaknummer
AUA201900885 BB
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsvordering wegens geleverde telecommunicatiediensten toegewezen

Setar vordert van gedaagde betaling van een bedrag van Afl. 2.717,76 vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten wegens aan gedaagde geleverde telecommunicatiediensten. Gedaagde betwist het bestaan van een overeenkomst en stelt dat sprake is van misbruik van zijn documenten door een derde.

Setar voert aan dat gedaagde bij het sluiten van het contract in het bezit was van originele documenten en loonstroken, en dat de aanmaningen zijn verstuurd naar het bij Setar bekende adres van gedaagde. Gedaagde heeft na gelegenheid tot weerlegging niet meer gereageerd op deze stellingen.

Het gerecht gaat daarom uit van het bestaan van de overeenkomst en wijst de vordering toe. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het hoofdbedrag, rente, incassokosten en proceskosten. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de factuur, rente, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

Vonnis van 4 december 2019
Behorend bij A.R. AUA201900885 BB
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
de naamloze vennootschap
SERVICIO DI TELECOMUNICACION DI ARUBA (SETAR) N.V.,
te Aruba,
EISERES, hierna ook te noemen: Setar,
gemachtigde: mr. M.E.D. Brown,
tegen:
[GEDAAGDE],
te Aruba,
GEDAAGDE, hierna ook te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.DE PROCEDURE

1.1Het verloop van de procedure blijkt uit:
-het verzoekschrift;
-de conclusie van antwoord;
-de conclusie van repliek;
-de akte niet dienen voor de conclusie van dupliek.
1.2
De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2.HET GESCHIL EN DE BEOORDELING DAARVAN

2.1
Setar vordert van [gedaagde] betaling van Afl. 2.717,76 vermeerderd met rente en kosten. Zij baseert deze vordering op aan [gedaagde] geleverde diensten.
2.2
Bij antwoord heeft [gedaagde] betwist een overeenkomst met Setar te hebben gehad. Volgens hem is sprake van geweest van misbruik van zijn documenten door een derde.
2.3
Setar heeft bij repliek het antwoord van [gedaagde] bestreden en heeft aangevoerd dat op het moment dat [gedaagde] het contract afsloot, hij in het bezit was van zijn originele documenten, alsmede een uittreksel van de censo heeft overlegd en een aantal loonstroken. Setar komt dan ook tot de conclusie dat [gedaagde] zelf de overeenkomst heeft gesloten. De aanmaningen zijn verstuurd naar het adres waarop [gedaagde] stond ingeschreven c.q. het adres dat hij aan Setar heeft meegedeeld.
2.4
Hoewel behoorlijk daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft [gedaagde] niet meer op de stelling van Setar gereageerd. Het door hem gevoerde verweer is door Setar weersproken en [gedaagde] heeft dat niet verder betwist. Het Gerecht moet er dan ook van uitgaan dat [gedaagde] de overeenkomst zelf is aangegaan. Nu hij tegen de hoogte van de vordering verder geen verweer heeft gevoerd, is de vordering in na te melden zin toewijsbaar.
2.5
Als de in het ongelijk gestelde partij zal [gedaagde] in de kosten van het geding worden veroordeeld.

3.DE UITSPRAAK

Het gerecht:
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Setar van een bedrag van Afl. 2.717,76, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 november 2017 tot de dag waarop volledig zal zijn betaald;
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Setar van een bedrag van Afl. 375,- wegens buitengerechtelijke incassokosten;
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Setar worden begroot op Afl. 100,- aan griffierecht, en Afl. 500,- aan salaris van de gemachtigde;
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag, 4 december 2019 in aanwezigheid van de griffier.