ECLI:NL:OGEAA:2019:825
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbevel vreemdeling zonder geldige DPL-verklaring
Verzoeker, van Venezolaanse nationaliteit, is op 3 november 2015 Aruba binnengekomen als toerist met een toegestane verblijfsduur van vijf dagen. In oktober 2018 ontving hij een positieve DPL-verklaring voor één jaar. In april 2019 diende hij een aanvraag in voor een vergunning tot tijdelijk verblijf, die op 25 november 2019 werd afgewezen. Op 20 november 2019 werd verzoeker werkend aangetroffen zonder geldige verblijfsvergunning.
Verweerder, de minister van Justitie, Veiligheid en Integratie, heeft op 20 november 2019 een bevel tot uitzetting gegeven. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om de uitzetting te schorsen. De voorzieningenrechter toetste dit verzoek aan artikel 54 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak en aan de beleidsinstructie overgangsbeleid voor vreemdelingen met een positieve DPL-verklaring.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de vijfmaandstermijn van toelating in afwachting van bezwaar niet van toepassing was omdat de DPL-verklaring ten tijde van de afwijzing niet meer geldig was. Ook was verzoeker na het verlopen van zijn rechtmatige verblijfsduur aangetroffen, waardoor de minister bevoegd was tot uitzetting. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening tegen het uitzettingsbevel wordt afgewezen.