ECLI:NL:OGEAA:2020:11
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Voorlopige voorziening
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening asielverzoek wegens ontbreken gegronde vrees vervolging
Verzoeker, van Venezolaanse nationaliteit, diende een asielverzoek in Aruba in na overschrijding van zijn verblijfsduur. De minister van Justitie wees het verzoek af wegens het ontbreken van gegronde vrees voor vervolging of risico op foltering of onmenselijke behandeling bij terugkeer naar Venezuela.
Verzoeker vroeg om schorsing van deze afwijzing en vrijlating uit bewaring, stellende dat hij gevaar loopt vanwege bedreigingen door een politieagent die familie is van een tegenstander. Het gerecht oordeelde dat deze bedreigingen niet kunnen worden aangemerkt als vervolging door de overheid en dat verzoeker onvoldoende heeft aangetoond dat de autoriteiten hem geen bescherming kunnen bieden.
Ook werd meegewogen dat verzoeker lange tijd in Venezuela verbleef na de incidenten en het land legitiem heeft kunnen verlaten, en dat hij pas 20 maanden na aankomst in Aruba asiel aanvroeg. De algemene veiligheidssituatie in Venezuela rechtvaardigt volgens het gerecht geen asiel omdat er geen reëel risico is op behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro.
Het verzoek tot voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat geen gegronde vrees voor vervolging of onmenselijke behandeling is aangetoond.