ECLI:NL:OGEAA:2020:125

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
14 april 2020
Publicatiedatum
22 april 2020
Zaaknummer
AUA201903929
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • N.K. Engelbrecht
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:377a BW Aruba
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling omgangsregeling tussen vader en minderjarige

De vader verzocht om een omgangsregeling met zijn minderjarige kind, waarbij het kind doordeweeks op dinsdag en woensdag bij hem zou blijven overnachten en in het weekend afhankelijk van zijn werkschema de dag en nacht met hem doorbrengt. De moeder verzette zich tegen de overnachtingen vanwege de jonge leeftijd van het kind en het ontbreken van een adequaat bed, en stelde dat de vader de afspraken niet nakomt.

De Voogdijraad had geen bezwaren tegen een omgangsregeling met overnachtingen bij de vader. Het verzoek was gebaseerd op artikel 1:377a van het Burgerlijk Wetboek van Aruba, dat het recht op omgang regelt, tenzij dit ernstig nadeel oplevert voor het kind of de ouder kennelijk ongeschikt is.

Het Gerecht oordeelde dat geen van de ontzeggingssituaties zich voordeed en dat het in het belang van het kind is contact te hebben met de niet-verzorgende ouder. De verantwoordelijkheid voor de omgangsregeling ligt primair bij de verzorgende ouder, die haar steun en toestemming moet geven, terwijl de niet-verzorgende ouder zich aan de regeling moet houden.

Het Gerecht stelde de omgangsregeling vast met wekelijkse overnachtingen van dinsdagmiddag tot woensdagavond en een afwisselend weekend met overnachtingen, waarbij de vader het kind ophaalt en terugbrengt. Partijen kunnen de regeling in onderling overleg uitbreiden.

Uitkomst: Het Gerecht stelde een omgangsregeling vast waarbij de minderjarige doordeweeks en in het weekend bij de vader verblijft met overnachtingen.

Uitspraak

Beschikking van 14 april 2020
Behorend bij EJ nr. AUA201903929
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van
[Naam verzoeker],
wonende in Aruba,
VERZOEKER, hierna de vader,
gemachtigde: de advocaat mr. M.M. Malmberg
tegen
[Naam verweerster],
wonende in Aruba,
VERWEERSTER, hierna de moeder,
gemachtigde: de advocaat mr. N.S. Gravenstijn.
Belanghebbende:
[Naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2018 in Aruba,
de minderjarige.

1.HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Voor het verloop van de procedure wordt verwezen naar het proces-verbaal van 14 januari 2020.

2.DE BEOORDELING

Omgang

2.1
De vader heeft verzocht om een omgangsregeling vast te stellen, inhoudende dat de minderjarige doordeweeks op dinsdag en woensdag bij hem blijft en overnacht, en in het weekend of op zaterdag of op zondag, afhankelijk van zijn werkschema, de dag met hem doorbrengt, waarbij zij ook blijft overnachten.
Daartoe heeft hij aangevoerd, dat partijen onderling deze regeling hebben afgesproken, maar dat de moeder zich daar niet aan houdt.
2.2
De moeder heeft zich verzet tegen de overnachtingen, en zich daarbij op het standpunt gesteld dat de minderjarige nog te jong is en de vader geen adequaat bed voor haar heeft. Verder heeft de moeder aangevoerd dat de vader het altijd druk heeft met zijn werk en dat hij de afspraken over de omgangsregeling niet nakomt.
2.3
De Voogdijraad heeft ter zitting geen bezwaren geuit tegen een omgangsregeling tussen de minderjarige en de vader waarbij de minderjarige bij de vader blijft overnachten.
2.4
Het verzoek van de vader is gebaseerd op artikel 1:377a van het Burgerlijk Wetboek van Aruba. Ingevolge die bepaling hebben het kind en de niet met het gezag belaste ouder recht op omgang met elkaar (lid 1), en zal de rechter het recht op omgang slechts ontzeggen, indien de omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, de ouder kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang, of omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind (lid 3).
2.5
Gesteld noch gebleken is dat een van voornoemde ontzeggingssituaties zich hier voordoet.
2.6
Verder geldt dat het in het algemeen in het belang van een kind is te achten, dat het contact heeft met de niet-verzorgende ouder. De verantwoordelijkheid voor een omgangsregeling tussen het kind en de niet-verzorgende ouder, ligt, vooral bij jonge kinderen zoals in dit geval, primair bij de verzorgende ouder. Dat betekent in dit geval dat de moeder, in het belang van de minderjarige, haar door haar houding, steun, vertrouwen en toestemming dient te geven voor een omgangsregeling met de vader.
Aan de andere kant bestaat voor de niet-verzorgende ouder, in dit geval de vader, de verplichting jegens de moeder en de minderjarige om zich aan de vastgestelde omgangsregeling te houden.
2.7
Het Gerecht zal gelet op het bovenstaande en rekening houdend met de belangen van beide ouders en de minderjarige de omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige vaststellen als volgt. Het gerecht merkt hierbij – wellicht ten overvloede – op dat partijen in onderling overleg deze omgangsregeling kunnen uitbreiden.

3.DE BESLISSING

Het gerecht:
stelt de omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige als volgt vast:
- elke week, vanaf dinsdagmiddag 16:00 uur tot woensdagavond 18:00 uur,
- in de weekenden:
* het ene weekend vanaf zaterdagmorgen 10:00 uur tot zondagmorgen 10:00 uur,
* het andere weekend op zondag vanaf 10:00 uur tot 18:00 uur,
waarbij de vader de minderjarige telkens ophaalt en daarna weer thuisbrengt.
Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter, en wordt geacht in het openbaar te zijn uitgesproken ter zitting van 14 april 2020 in aanwezigheid van de griffier.