ECLI:NL:OGEAA:2020:140

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
21 april 2020
Publicatiedatum
30 april 2020
Zaaknummer
AUA201903927
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • N.K. Engelbrecht
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:406 lid 1 BWA
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling kinderalimentatieverplichting vader voor verzorging en opvoeding minderjarige

De zaak betreft een verzoek van de moeder om de kinderalimentatie die de vader maandelijks betaalt te verhogen van Afl. 350,- naar Afl. 800,-. De minderjarige is geboren in 2003 en erkend door de vader. De moeder is werkloos en ontvangt een bijstandsuitkering, terwijl de vader een ambtenaar is met een netto-inkomen van ongeveer Afl. 6.114,- per maand.

De moeder stelt dat het huidige bedrag onvoldoende is voor de kosten van verzorging en opvoeding, waaronder bijles en voetbal, die zij heeft vastgesteld op Afl. 800,- per maand. De vader voert aan dat zijn draagkracht beperkt is vanwege vaste lasten, zorg voor andere kinderen en hypotheeklasten, en dat er geen wezenlijke wijziging in omstandigheden is.

Het gerecht stelt vast dat de kosten van verzorging en opvoeding Afl. 800,- per maand bedragen en dat de moeder geen draagkracht heeft vanwege haar uitkeringssituatie. De vader heeft een draagkracht van ongeveer Afl. 1.660,- na aftrek van noodzakelijke vaste lasten. Gelet op deze draagkracht en de behoefte van het kind, wordt de alimentatie vastgesteld op Afl. 800,- per maand, met ingang van 1 maart 2020.

Daarnaast wordt de moeder toestemming verleend om kosteloos te procederen vanwege haar onvermogen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en is op 21 april 2020 uitgesproken door rechter N.K. Engelbrecht.

Uitkomst: De vader wordt veroordeeld tot betaling van Afl. 800,- per maand kinderalimentatie vanaf 1 maart 2020.

Uitspraak

Beschikking van 21 april 2020
behorend bij EJ nr. AUA201903927
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de alimentatiezaak tussen:
[Verzoekster],
wonende in Aruba,
VERZOEKSTER, hierna: de moeder,
gemachtigde: de advocaat mr. G.L. Griffith,
en:
[Verweerder],
wonende in Aruba, [adres],
VERWEERDER, hierna: de vader,
procederende in persoon.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift, ingediend op 8 november 2019,
  • de producties van de vader, ingediend op 7 januari 2020,
  • het verweerschrift, ingediend op 9 januari 2020,
  • de producties van de moeder, ingediend op 13 januari 2020,
  • de mondelinge behandeling ter zitting van 14 januari 2020, waar zijn verschenen de vrouw bijgestaan door haar gemachtigde voornoemd en de vader in persoon,
  • de akte overlegging stukken van de vrouw, ingediend op 28 januari 2020.
De uitspraak is nader bepaald op heden.

2.DE FEITEN

2.1
De thans nog minderjarige [naam minderjarige] (hierna: de minderjarige) is op [geboortedatum] 2003 in Aruba geboren uit de relatie tussen de vader en de moeder. Hij is erkend door de vader.
2.2
De vader betaalt vanaf de geboorte van de minderjarige maandelijks een bedrag van Afl. 350,- per maand aan – kort gezegd – kinderalimentatie.
3.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
3.1
Het verzoek strekt tot het veroordelen van de vader om ten behoeve van de verzorging en opvoeding van de minderjarige een bedrag van Afl. 800,- per maand te betalen.
Ter onderbouwing van haar verzoek heeft de moeder gesteld dat zij geen draagkracht heeft, nu zij werkloos is en een bijstandsuitkering ontvangt, en dat het bedrag van Afl. 350,- dat de vader maandelijks betaalt, niet afdoende is om te voldoen in alle kosten van de minderjarige.
3.2
De vader heeft verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek van de moeder. De vader heeft – samengevat – betoogd, dat hij al jaren bijdraagt met Afl. 350,- per maand en dat er in de afgelopen jaren niets is veranderd in de situatie van de moeder of de minderjarige, die een zodanige drastische verhoging van de alimentatiebijdrage zou rechtvaardigen. De moeder is al meer dan acht jaar werkloos, woont al jaren bij haar ouders in en heeft geen vaste woonlasten. De minderjarige zit al vanaf 2016 op de mavo.
Verder heeft hij aangevoerd dat hij onvoldoende draagkracht heeft om meer te betalen dan het bedrag dat hij vrijwillig betaalt. Hij heeft de volledige zorg over zijn tweeling van 11 jaar oud, nadat hun moeder een hersenbloeding heeft gekregen die haar blijvend invalide heeft gelaten. Hij heeft ook woonlasten en een hypotheek.

4.DE BEOORDELING

4.1
Het gerecht stelt voorop dat ouders verplicht zijn te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Dit geschiedt naar draagkracht. Artikel 1:406 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) bepaalt, dat in het geval een ouder zijn verplichting tot voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding niet of niet behoorlijk nakomt, de andere ouder de rechter kan verzoeken het bedrag te bepalen dat deze ouder ten behoeve van het kind zal moeten uitkeren.
4.2
Bepalend voor de hoogte van de kinderalimentatie zijn de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige en de draagkracht van zowel de moeder als de vader. Teneinde ieders draagkracht te bepalen, dienen over en weer de netto-inkomens te worden vastgesteld, alsmede de vaste lasten die in redelijkheid voorrang krijgen boven het betalen van kinderalimentatie.
4.3
De kosten van verzorging en opvoeding
4.3.1
De moeder heeft de maandelijkse kosten van de minderjarige, inclusief kosten van bijles en voetbal, bepaald op Afl. 800,-.
4.3.2
De vader heeft deze kosten niet bestreden.
4.3.3
Gelet hierop zal het gerecht de maandelijkse kosten van de minderjarige vaststellen op Afl. 800,-, waaraan de ouders naar draagkracht en naar evenredigheid dienen bij te dragen.
4.4
De draagkracht van de moeder
4.4.1
Uit de door de moeder overgelegde jaaropgaves 2018 en 2019 van de door haar ontvangen bijstandsuitkering, inclusief schooluitkering en kerstbonus, van de Directie Sociale Zaken, volgt dat zij in het jaar 2019 gemiddeld Afl. 1.030, - per maand aan uitkering heeft ontvangen.
4.4.2
Gelet op het bovenstaande en op het door het gerecht gehanteerde forfaitair bedrag voor het eigen levensonderhoud van een alleenstaande ouder, dient te worden aangenomen dat de moeder geen draagkracht heeft.
4.5
De draagkracht van de vader
4.5.1
Uit de door de vader overgelegde loonstroken blijkt dat hij aan kindertoelage een maandelijks bedrag van Afl. 165,- ontvangt. Nu de vader drie minderjarige kinderen heeft, stelt het gerecht vast dat de minderjarige van deze toelage een bedrag van Afl. 55,- per maand toekomt.
4.5.2
Voorts blijkt uit de door de loonstroken dat hij een gemiddeld netto-maandloon heeft van Afl. 4.420,90. De vader is ambtenaar en ontvangt als zodanig jaarlijks vakantie-uitkering 5.320,-, bashi-premie Afl. 1.601, reparatiepremie Afl. 1.601, - en gelijk bedrag Afl. 1.601,-. De vader ontvangt bovendien maandelijks een bedrag van Afl. 850,- aan huurpenningen voor de verhuur van een appartement. Zijn netto-inkomen bedraagt maandelijks dan ook gemiddeld afgerond Afl. 6.114,-.
4.5.3
Wat betreft de noodzakelijke vaste lasten van de vader, gaat het gerecht ervan uit dat hij een bedrag van minimaal Afl. 1.000,- per maand nodig heeft om in zijn eigen levensonderhoud te voorzien, nu hij samenwoont en van de partner gevergd mag worden dat zij bijdraagt in de kosten van gemeenschappelijke huishouding. In dit bedrag zitten begrepen de redelijke kosten van elektriciteit, van water, van telefoonaansluiting en van autogebruik, zodat met de door de vader opgevoerde daadwerkelijke kosten bij de vaststelling van de draagkracht niet afzonderlijk rekening zal worden gehouden.
Het gerecht zal verder rekening houden met de posten “hypotheek” ad Afl. 1.729,-, de post “betaling regeling belasting” ad Afl. 185,- (tot augustus 2020), en de post “extra lening woning” ad Afl. 500,- , nu de noodzaak van deze kosten voldoende aannemelijk is gemaakt. Het gerecht zal tevens rekening houden met de kosten voor de verzorging en opvoeding van de tweeling, die door het gerecht worden vastgesteld op Afl. 520,- per kind per maand (forfaitair bedrag Afl. 450,- vermeerderd met de kosten voor Traimerdia ad Afl. 70,-). De overige (niet betwiste) opgevoerde lasten wordt de vader geacht te betalen uit voornoemd forfaitair in aanmerking te nemen bedrag van Afl. 1.000,-.
4.5.4
De totale in aanmerking te nemen (noodzakelijke) vaste lasten van de vader bedragen, gelet op het vorenstaande, totaal afgerond Afl.4.454,-.
4.5.5
Uit het vorenstaande volgt dat de vader maandelijks een bedrag overhoudt van (Afl. 6.114,- - Afl. 4.454,- =) Afl. 1.660,-, waarmee hij aan zijn verplichting met betrekking tot het voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige dient te voldoen.
4.6
Gelet op wat partijen hebben aangevoerd, hun draagkracht en op de behoefte van de minderjarige acht het gerecht een door de vader te betalen bijdrage van Afl. 800,- per maand in de kosten van verzorging en opvoeding in overeenstemming met de wettelijke maatstaven. De ingangsdatum van de bijdrage zal worden bepaald op 1 maart 2020.
4.7
Gelet op het overgelegde bewijs van onvermogen zal aan de moeder toestemming worden verleend om kosteloos te mogen procederen.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
verleent de moeder toelating om in deze zaak kosteloos te procederen,
bepaalt de bijdrage van [Verweerder] in de kosten van verzorging en opvoeding van [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2003 in Aruba, op Afl. 800,- per maand, met ingang van 1 maart 2020 en in de toekomst telkens bij vooruitbetaling aan de Voogdijraad te voldoen,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter, en wordt geacht in het openbaar te zijn uitgesproken ter zitting van 21 april 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.