ECLI:NL:OGEAA:2020:170
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot oplegging dwangsom na verlening verblijfsvergunning
Verzoekster heeft bij het gerecht een verzoek ingediend ex artikel 53 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) om de Minister van Justitie te verplichten een dwangsom te verbeuren wegens het niet tijdig voldoen aan een eerdere uitspraak.
De eerdere uitspraak van 12 november 2018 had de fictieve afwijzing van het bezwaar van verzoekster vernietigd en de Minister opgedragen binnen drie maanden een reële beslissing te nemen op het bezwaar. Verzoekster stelde dat deze beslissing uitbleef en verzocht om dwangsomoplegging.
De Minister heeft aangevoerd dat de vergunning tot verblijf voor onbepaalde duur reeds op 4 mei 2018 is verleend, waarmee het bezwaar is behandeld en de uitspraak is nageleefd.
Het gerecht oordeelt dat met de verlening van de vergunning aan verzoekster is voldaan aan de eerdere uitspraak en wijst het verzoek om dwangsom af. De uitspraak is gedaan op 2 maart 2020 en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot oplegging van een dwangsom wordt afgewezen omdat de verblijfsvergunning reeds is verleend.