ECLI:NL:OGEAA:2020:206
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.H.M. van de Leur
- Rechtspraak.nl
Stageovereenkomst en geen arbeidsovereenkomst tussen stagiair en Land Aruba
Verzoeker verrichtte vanaf september 2014 werkzaamheden op het gebied van sport bij basisscholen onder supervisie van bevoegde docenten, in het kader van een leertraject voor zijn sportdocentopleiding. Hij ontving een vergoeding op basis van gedeclareerde uren. Na een onderzoek wegens onjuiste declaraties werd verzoeker per 1 oktober 2018 geschorst zonder behoud van loon.
Verzoeker vorderde betaling van loon over de schorsingsperiode, stellende dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst. Het Land voerde verweer en stelde dat de relatie een stageovereenkomst betrof. Het Gerecht oordeelde dat aan de kenmerken van een arbeidsovereenkomst (arbeid, loon, ondergeschiktheid) niet was voldaan, omdat de werkzaamheden primair gericht waren op het verwerven van ervaring binnen een leertraject.
Daarnaast verwierp het Gerecht het subsidiaire verweer van verzoeker dat het Land hem loon verschuldigd zou zijn wegens onrechtmatige schorsing, aangezien de schorsing gerechtvaardigd was vanwege het onderzoek naar onjuiste declaraties. Verzoeker werd veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden begroot omdat het Land werd vertegenwoordigd door een ambtenaar.
Uitkomst: De vordering tot loonbetaling wordt afgewezen omdat sprake is van een stageovereenkomst en niet van een arbeidsovereenkomst.