ECLI:NL:OGEAA:2020:237
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering achterstallige huur wegens overschrijding opzegtermijn huurovereenkomst
Partijen sloten een huurovereenkomst voor een woning te Aruba met een looptijd van één jaar van 1 november 2017 tot 31 oktober 2018, met een opzegtermijn van minimaal twee maanden. De huurders zegden de overeenkomst per brief van 26 september 2018 op, maar pas na de vereiste termijn van twee maanden, namelijk per 1 november 2018. De huurders verlieten de woning op 23 november 2018 en voldeden de huur voor november 2018.
De verhuurder vorderde betaling van achterstallige huur vanaf 1 december 2018 tot en met juni 2019, vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten. De huurders betwistten de betalingsverplichting na 1 november 2018, stellende dat zij tijdig hadden opgezegd. Het Gerecht oordeelde dat de opzegging niet tijdig was, omdat deze uiterlijk 31 augustus 2018 had moeten plaatsvinden, en dat de huurders onvoldoende hadden gesteld om hun verweer te dragen.
Daarnaast vorderde de verhuurder schadevergoeding wegens het niet laten servicen van airco’s en het niet schilderen van de woning, maar deze vordering werd afgewezen omdat de huurders niet in verzuim waren gesteld om de gebreken te herstellen. De vordering werd verminderd met de waarborgsom van Afl. 2.500,-. Het Gerecht veroordeelde de huurders tot betaling van Afl. 14.450,- aan achterstallige huur, Afl. 1.500,- aan buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten van de verhuurder, en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurders worden veroordeeld tot betaling van Afl. 14.450,- aan achterstallige huur, incassokosten en proceskosten wegens het niet tijdig opzeggen van de huurovereenkomst.