ECLI:NL:OGEAA:2020:238
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.H.M. van de Leur
- Rechtspraak.nl
Verdeling nalatenschap en verkoop onroerend goed met verrekening gebruiksvergoedingen
In deze zaak staat de verdeling van een nalatenschap centraal, waarbij vier broers als eisers en twee zussen als gedaagden betrokken zijn. Het onroerend goed, bestaande uit een woning en een appartement in Aruba, moet worden verkocht. Partijen zijn overeengekomen dat het onroerend goed onderhands wordt verkocht via een makelaar met een bodemprijs van Afl. 425.000,--. Na een jaar kunnen partijen het onroerend goed ook openbaar verkopen zonder instemming van anderen.
De broers vorderden een gebruiksvergoeding van de overleden zus die in de woning woonde, maar deze vordering is afgewezen omdat zij geen erfgenamen heeft en de vordering daardoor is komen te vervallen. De zussen ontvingen huurinkomsten van het appartement tot mei 2017, waarvan een deel aan de broers toekomt. Deze vordering is niet betwist door de gedaagde.
Eiser1 heeft de woning sinds juni 2017 in gebruik en ontvangt huur van het appartement. Hij is aan zijn broers en zus een vergoeding verschuldigd voor het gebruik van de woning en de huurinkomsten, welke bedragen worden vastgesteld en verrekend met zijn aandeel in de verkoopopbrengst. Verder is benoemd dat een onzijdig persoon kan worden aangewezen om de verdeling af te dwingen bij weigering van partijen.
De proceskosten worden gecompenseerd, zodat ieder zijn eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen.
Uitkomst: Het onroerend goed wordt verkocht met een bodemprijs en de netto-opbrengst wordt verdeeld met verrekening van gebruiksvergoedingen en huurinkomsten.