ECLI:NL:OGEAA:2020:293

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
1 juli 2020
Publicatiedatum
15 juli 2020
Zaaknummer
AUA201904386
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 122 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vonnis tot zekerheidstelling in civiele procedure tussen DRC en Karinel Trading

In deze civiele procedure vordert DRC betaling van een bedrag van $35.907,63 van Karinel Trading. Karinel stelt dat DRC als buitenlandse partij zekerheid moet stellen voor proceskosten en mogelijke schadevergoeding, conform artikel 122 Rv Pro.

Het Gerecht oordeelt dat DRC, gevestigd in Colombia, inderdaad als vreemdeling moet voldoen aan deze zekerheidstellingsplicht. Er is geen verdrag of uitzondering van toepassing die deze verplichting zou opheffen. Daarom wordt DRC veroordeeld om binnen twee weken zekerheid te stellen van Afl. 1.500,-, gebaseerd op het toepasselijke liquidatietarief.

Indien DRC niet tijdig zekerheid stelt, zal zij niet-ontvankelijk worden verklaard in de hoofdzaak en hoeft Karinel geen verweer meer te voeren. De hoofdzaak wordt aangehouden en zal worden voortgezet nadat aan de zekerheidstelling is voldaan. De beslissing over de proceskosten van het incident wordt aangehouden tot de hoofdzaak is afgerond.

Uitkomst: DRC wordt veroordeeld tot zekerheidstelling van Afl. 1.500,- binnen twee weken, bij gebreke waarvan niet-ontvankelijkheid in de hoofdzaak volgt.

Uitspraak

Vonnis van 1 juli 2020
Behorend bij A.R. AUA201904386
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in het incident tot zekerheidstelling in de zaak van:
de vennootschap naar vreemd recht
COMERCIALIZADORA Y EXPORTADORA D.R.C.,
te Colombia,
eiseres in de hoofdzaak, gedaagde in het incident,
hierna te noemen: DRC,
gemachtigde: de advocaat mr. M.D. Tromp,
tegen:
de naamloze vennootschap
KARINEL TRADING N.V.,
gevestigd te Aruba,
gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident,
hierna ook te noemen: Karinel,
gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock.

1.DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het inleidende verzoekschrift van 17 december 2019;
  • de incidentele conclusie tot zekerheidstelling van 19 februari 2020;
  • de conclusie van antwoord in het incident van 20 mei 2020.
De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis in het incident.

2.DE VORDERING EN HET VERWEER

2.1
DRC vordert in de hoofdzaak – kort gezegd – dat het Gerecht bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Karinel veroordeelt tot het betalen aan DRC van een bedrag van
$ 35.907,63, althans de tegenwaarde daarvan in Arubaanse courant zijnde Afl. 63.915,58, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 november 2019 tot de dag der algehele voldoening, met veroordeling van Karinel tot betaling van de proceskosten.
2.2
Karinel heeft in het incident gesteld dat DRC niet gevestigd is in Aruba en zich geen van de in artikel 122 lid 2 Rv Pro vermelde uitzonderingen voordoet. In verband hiermee verzoekt Karinel het Gerecht DRC te bevelen zekerheid te stellen voor de proceskosten en de schadevergoeding tot betaling waarvan zij veroordeeld zou kunnen worden (artikel 122, eerste lid, Rv) ten bedrage van Afl. 1.500,-.
2.3
DRC refereert zich aan het oordeel van het Gerecht.

3.DE BEOORDELING

in het incident
3.1
DRC is gevestigd in Colombia en derhalve vreemdeling in de zin van artikel 122 Rv Pro, zodat zij gehouden is zekerheid te stellen voor de betaling van de proceskosten en de schadevergoeding in welke zij verwezen zou kunnen worden. Van een verdrag op grond waarvan DRC van deze verplichting vrijgesteld wordt, is geen sprake. Niet gebleken is dat één van de overige omstandigheden als bedoeld in het tweede lid van voormeld artikel zich voordoet. Dat brengt mee dat de vordering in het incident voor toewijzing in aanmerking komt.
3.2
Gelet op de aard en omvang van de vordering in de hoofdzaak is tarief 6 van het Liquidatietarief van toepassing, met een bedrag van Afl. 1.500, per punt. Het gevorderde bedrag van Afl. 1.500,- zal als onweersproken worden toegewezen.
3.3
De beslissing over de proceskosten van dit incident wordt aangehouden tot in te hoofdzaak wordt beslist.
in de hoofdzaak
3.4
De hoofdzaak zal worden voortgezet in de stand waarin deze is gebleven.

4.DE UITSPRAAK:

De rechter in dit gerecht:
in het incident
veroordeelt DRC om binnen twee weken na de datum waarop dit vonnis is gewezen zekerheid te stellen voor de betaling van de kosten, schade en interesten in welke DRC ten behoeve van Karinel kan worden veroordeeld;
bepaalt het bedrag van die zekerheid op Afl. 1.500,;
bepaalt dat deze zekerheid middels storting van dat bedrag ter griffie van dit gerecht, dan wel middels een door een te Aruba gevestigde bank uitgegeven bankgarantie ten genoege van Karinel kan worden gesteld;
verstaat dat indien DRC niet of niet tijdig gevolg geeft aan de bevolen zekerheidstelling, Karinel niet gehouden is tot het voeren van verweer en DRC in de hoofdzaak niet-ontvankelijk zal worden verklaard;
houdt de beslissing over de proceskosten van dit incident aan tot in de hoofdzaak wordt beslist;
wijst af het meer of anders gevorderde;
in de hoofdzaak
verwijst de zaak naar de rol van woensdag 26 augustus 2020 - zijnde de eerst mogelijke rolzitting na ommekomst van de in het incident bepaalde termijn - voor antwoord dan wel, indien niet of niet tijdig gevolg is gegeven aan de bevolen zekerheidsstelling, voor uitlating zekerheidstelling zijdens partijen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Verhoeven rechter in dit gerecht en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 1 juli 2020 in aanwezigheid van de griffier.