Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE VASTSTAANDE FEITEN
“mantencion di nos camindanan, aceranan y mobilario di caya”.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Eiseres en het Land Aruba sloten op 13 december 2016 een overeenkomst van opdracht voor onderhoudswerkzaamheden langs openbare wegen, lopend van 1 januari 2017 tot 31 december 2021. Het Land beëindigde de overeenkomst per 1 maart 2019, waarna eiseres geen werkzaamheden meer verrichtte.
Eiseres vorderde in kort geding dat het Land haar werkzaamheden zou laten hervatten en een voorschot op schadevergoeding zou betalen wegens onrechtmatige beëindiging. Het Land voerde verweer dat het bevoegd was de overeenkomst tussentijds op te zeggen en dat de beëindiging niet aan haar was toe te rekenen.
Het gerecht oordeelde dat op grond van artikel 7:408 lid 1 BW Pro de opdrachtgever de overeenkomst te allen tijde kan opzeggen, ook bij een voor bepaalde tijd aangegane opdracht, tenzij anders overeengekomen. Een dergelijke afspraak was niet gemaakt. De vordering tot hervatting werd daarom afgewezen.
Voor het gevorderde voorschot op schadevergoeding oordeelde het gerecht dat zonder bewijslevering niet kon worden vastgesteld dat de beëindiging aan het Land was toe te rekenen. Het beroep op artikel 7:411 lid 2 BW Pro faalde daarom. Ook een gedeeltelijke toewijzing op grond van lid 1 werd niet gedaan wegens gebrek aan onderbouwing.
De vorderingen werden afgewezen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten, begroot op nihil aan de zijde van het Land.
Uitkomst: De vorderingen van eiseres tot hervatting van werkzaamheden en schadevergoeding worden afgewezen.