Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
3.DE BEOORDELING
Op voordracht van de minister van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Integratie;
dat voor 23 mei 2018 de redelijke termijn als bedoeld in het eerste lid van artikel 6:221 BW Pro voor het aanvaarden van het aanbod reeds was verstreken, zodat het aanbod voor die datum van rechtswege was vervallen en niet langer kon worden aanvaard,met als gevolg dat er op 23 mei 2018 geen koopovereenkomst tussen partijen tot stand is gekomen zoals gesteld door PVIC.
4.DE BESLISSING
uiterlijk op woensdag 5 augustus 2020bij ter griffie in te dienen akte (uitsluitend) te reageren op de in rechtsoverweging 3.6 door het Gerecht onderstreepte stelling van het Land, waarna de zaak andermaal voor vonnis wordt gesteld;