Uitspraak
ISLAND FINANCE ARUBA N.V,
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Island Finance Aruba vorderde betaling van een geldlening met rente van [Werknemer], gebaseerd op een overeenkomst uit 2003. De vordering bedroeg Afl. 7.917,10 vermeerderd met contractuele rente en kosten. Island Finance had conservatoir beslag gelegd en sommaties gestuurd.
[Werknemer] voerde verweer dat de vordering verjaard was. Het Gerecht oordeelde dat de laatste betaling dateerde van februari 2007 en dat er tot februari 2012 geen schriftelijke stuitingshandelingen waren. Telefonisch contact en mondelinge contacten werden niet als stuiting erkend. Ook een betaling in 2015 kon een reeds verjaarde vordering niet stuiten.
De nieuwe geldleningsovereenkomst uit 2013 was niet relevant voor de oude vordering. Gezien de verjaring werd de vordering afgewezen en Island Finance veroordeeld in de kosten, die nihil werden begroot omdat [Werknemer] in persoon procedeerde.
Uitkomst: De vordering van Island Finance wegens geldlening is verjaard en wordt afgewezen.