Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE VASTSTAANDE FEITEN
de heer [gedaagde], (..), hierna te noemen de schuldenaar, verklaart hiermede wel en deugdelijk schuldig te zijn aan mevrouw
[eiseres],(…), hierna te noemen de schuldeiser, de somma van AWG 4.957,42.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Op 13 mei 2018 vond een verkeersongeval plaats tussen de auto van eiseres en die van gedaagde. De politie stelde vast dat gedaagde de veroorzaker was en dat hij zijn schuld had erkend. Eiseres maakte kosten van Afl. 4.010,91 voor de reparatie van haar auto. Gedaagde tekende op 10 januari 2019 een schuldbekentenis, waarin hij erkende Afl. 4.957,42 verschuldigd te zijn, inclusief een afbetalingsregeling.
Gedaagde betaalde tot op heden Afl. 1.200,- en voerde verweer dat hij de schuldbekentenis uit angst en onder dwang had getekend en dat hij de schuld niet kon betalen. De rechtbank oordeelde dat de schuldbekentenis een dwingend bewijs vormt en dat gedaagde niet aannemelijk had gemaakt dat hij onder dwang had getekend, waardoor hij niet aan zijn stelplicht voldeed.
De rechtbank veroordeelde gedaagde tot betaling van het resterende bedrag van Afl. 2.810,91, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 20 november 2019, en tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van Afl. 375,-. Tevens werden de proceskosten aan de zijde van eiseres toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van Afl. 2.810,91 plus rente en incassokosten.