Uitspraak
1.DE PROCEDURE
Mutuo acuerdo pa terminacion laboral
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Verzoekster werkte geruime tijd voor Goede Bouw en meldde zich op 16 februari 2019 ziek bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Op 11 oktober 2019 ontving zij een brief van Goede Bouw waarin werd medegedeeld dat zij niet langer in dienst was. Verzoekster betoogde dat dit ontslag eenzijdig en onregelmatig was en vorderde diverse vergoedingen.
Goede Bouw betwistte dat sprake was van een eenzijdige opzegging en stelde dat de arbeidsovereenkomst voortduurde tot ten minste januari 2020, hetgeen werd ondersteund door loonstroken en SVB-registraties. Verzoekster heeft haar stelling onvoldoende gemotiveerd onderbouwd en heeft niet toegelicht waarom zij na 11 oktober 2019 salaris ontving als de arbeidsovereenkomst zou zijn geëindigd.
Het Gerecht oordeelde dat het niet vaststaat dat het ontslag op 11 oktober 2019 heeft plaatsgevonden. Daarom worden de vorderingen van verzoekster afgewezen en wordt zij veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van verzoekster worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van het eenzijdig ontslag.