ECLI:NL:OGEAA:2020:379

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
25 september 2020
Publicatiedatum
9 oktober 2020
Zaaknummer
P-2020/01318
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 lid 1 Landsverordening verdovende middelenArt. 11 Landsverordening verdovende middelenArt. 1:123 Wetboek van Strafrecht ArubaArt. 1:62 Wetboek van Strafrecht ArubaArt. 1:136 Wetboek van Strafrecht Aruba
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor medeplegen handel in cocaïne en marihuana in Aruba

De verdachte werd beschuldigd van het medeplegen van de handel in verdovende middelen, namelijk cocaïne en marihuana, gedurende een periode van ongeveer zes maanden. Het onderzoek vond plaats in het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, waarbij de verdachte verscheen en werd bijgestaan door een raadsman. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van anderhalf jaar.

Het Gerecht achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte, al dan niet samen met anderen, opzettelijk hennep en cocaïne heeft verkocht, afgeleverd en vervoerd in de periode van 2018 tot februari 2020. De handel in verdovende middelen werd als ernstig strafbaar feit beoordeeld vanwege de schadelijke effecten op de gezondheid en de samenleving.

De strafmaat werd vastgesteld op twaalf maanden gevangenisstraf, waarbij rekening werd gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde en de duur van de pleegperiode. De tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis had doorgebracht, werd in mindering gebracht. Daarnaast werd een beslissing genomen over in beslag genomen voorwerpen, waarbij een bepaald xtc-poeder niet werd verbeurd verklaard vanwege het ontbreken van een relatie met het bewezen verklaarde.

Het vonnis werd uitgesproken op 25 september 2020 door rechter E.M.D. Angela in het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest voor medeplegen van handel in cocaïne en marihuana.

Uitspraak

Parketnummer: P-2020/01318
Zaaknummer: 200 van 2020
Uitspraak: 25 september 2020 Tegenspraak
Vonnis van dit Gerecht
in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats],
thans gedetineerd in het huis van bewaring in Aruba.

1.Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 4 september 2020. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. D.G. Illes, advocaat in Aruba.
De officier van justitie, mr. Y. Pronk, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van anderhalf (1,5) jaar, met aftrek van voorarrest.
Haar vordering behelst voorts de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen verdovende middelen.
De raadsman heeft het woord tot verdediging gevoerd.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd:
1. dat hij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van het jaar 2018 tot en met 11 februari 2020 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk hennep, althans enige gebruikelijke bereiding waaraan de hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt, als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen of in de Regeling aanwijzing verdovende middelen I, in bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad en/of heeft verkocht en/of heeft afgeleverd en/of heeft vervoerd;
2. dat hij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van het jaar 2018 tot en met 11 februari 2020 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een hoeveelheid cocaïne, zijnde cocaïne een stof als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen of in de Regeling aanwijzing verdovende middelen I en IV, althans enig zout van cocaïne als vorenbedoeld heeft verkocht en/of heeft afgeleverd en/of heeft vervoerd en/of in bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad.

3.Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4.Bewezenverklaring

Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 en 2 is ten laste gelegd, met dien verstande:
1. dat hij op
een (of meer)tijdstip
(pen
)in of omstreeks de periode van
het jaar 2018
1 augustus 2019tot en met 11 februari 2020 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander
of anderen, althans alleen,opzettelijk hennep
, althans enige gebruikelijke bereiding waaraan de hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt, als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen of in de Regeling aanwijzing verdovende middelen I, in bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad en/ofheeft verkocht
en/of heeft afgeleverd en/of heeft vervoerd;
2. dat hij op
een (of meer)tijdstip
(pen
)in of omstreeks de periode van
het jaar 2018
1 augustus 2019tot en met 11 februari 2020 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander
of anderen, althans alleen,opzettelijk een hoeveelheid cocaïne
, zijnde cocaïne een stof als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen of in de Regeling aanwijzing verdovende middelen I en IV, althans enig zout van cocaïne als vorenbedoeldheeft verkocht
en/of heeft afgeleverd en/of heeft vervoerd en/of in bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad.
Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

5.Bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door het Gerecht gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het vonnis. Deze aanvulling zal vervolgens aan het vonnis worden gehecht.

6.Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
Feit 1: Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 4, eerste lid, aanhef en onder B van de Landsverordening verdovende middelen, meermalen gepleegd,
strafbaar gesteld bij artikel 11 van Pro die Landsverordening juncto artikel 1:123 van Pro het Wetboek van het Strafrecht van Aruba.
Feit 2: Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid, aanhef en onder B van de Landsverordening verdovende middelen, meermalen gepleegd,
strafbaar gesteld bij artikel 11 van Pro die Landsverordening juncto artikel 1:123 van Pro het Wetboek van het Strafrecht van Aruba.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

7.Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.
De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

8.Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte is te verwijten en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Meer in het bijzonder heeft het Gerecht het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft gedurende een periode van ongeveer zes maanden, samen met een ander, vanuit een woning verdovende middelen (cocaïne en marihuana) aan derden verkocht. De handel in verdovende middelen is een bron van veel vermogens- en geweldscriminaliteit. Bovendien is het gebruik van cocaïne en marihuana schadelijk voor de gezondheid en heeft het een ontwrichtende werking op de samenleving. De verdachte heeft zich daaraan niets gelegen laten liggen. Aldus heeft de verdachte ernstige strafbare feiten gepleegd.
Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Bij het bepalen van de strafmaat heeft het Gerecht er acht op geslagen dat een aanzienlijk kortere pleegperiode bewezen is geacht dan is ten laste gelegd.
Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat na te noemen gevangenisstraf passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

9.In beslag genomen voorwerpen

Aan de orde zijn voorts de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.
Artikel 397, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering van Aruba bepaalt dat het Gerecht de teruggave van de in beslag genomen voorwerpen gelast voor zover deze niet worden verbeurd verklaard of onttrokken aan het verkeer, tenzij het Gerecht verklaart tot het afgeven van een zodanige last niet in staat te zijn.
Het Gerecht overweegt dat daarvan in dit geval sprake is.
Weliswaar wordt de verdachte wegens een strafbaar feit veroordeeld, maar het onder de verdachte in beslag genomen xtc poeder heeft met dat feit geen relatie en kan evenmin dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten dan wel tot de belemmering van de opsporing daarvan. Daarom kan het desbetreffende voorwerp niet worden verbeurd verklaard of onttrokken aan het verkeer.
Aangezien de verdachte niet gerechtigd is om het voorwerp voorhanden te hebben, zou teruggave daarvan een strafbaar feit opleveren. Gelet daarop zal het Gerecht op dit punt geen beslissing nemen en verklaren dat het tot het geven van een last tot teruggave niet in staat is.

10.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:62, 1:136 en 1:224 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.
BESLISSING
Het Gerecht:
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de
twaalf (12) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
verklaart ten aanzien van het in rubriek 9 genoemd voorwerp, dat niet voor verbeurdverklaring en onttrekking aan het verkeer vatbaar is, dat het Gerecht tot het geven van een last tot teruggave niet in staat is.
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. E.M.D. Angela, bijgestaan door mw. M.E. Kelly, (zittingsgriffier), en op 25 september 2020 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Aruba.