ECLI:NL:OGEAA:2020:393

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
21 september 2020
Publicatiedatum
14 oktober 2020
Zaaknummer
AUA202001308
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.E.B. de Haseth
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 LarArt. 28 LarArt. 32 Lar
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij weigering verblijfsvergunning

Appellante heeft beroep ingesteld tegen de beschikking van de Minister van Justitie, Veiligheid en Integratie waarin haar verzoek om verlening van een verblijfsvergunning werd afgewezen. Dit beroep is ingediend op 28 mei 2020, terwijl de beroepstermijn liep van 14 maart 2020 tot 24 april 2020.

Appellante stelde dat zij de beschikking pas op 12 mei 2020 kon ophalen vanwege sluiting van het postkantoor als gevolg van coronamaatregelen. Het Gerecht oordeelde dat ook bij ontvangst op 12 mei 2020 het beroepschrift binnen twee weken na ontvangst had moeten worden ingediend, wat niet is gebeurd.

Daarom is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter M.E.B. de Haseth op 21 september 2020 en partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.

Uitkomst: Het beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding zonder verschoonbare omstandigheden.

Uitspraak

Uitspraak van 21 september 2019
Lar nr. AUA202001308
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:
[appellante],
wonend in Aruba,
APPELLANTE,
gericht tegen:
De Minister van Justitie, Veiligheid en Integratie,
zetelend in Aruba,
VERWEERDER.

1.PROCESVERLOOP

Bij beschikking van 28 november 2018 heeft verweerder het verzoek van appellante om verlening van een verblijfsvergunning afgewezen.
Bij beschikking van 13 maart 2020 heeft verweerder het daartegen door appellante gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Daartegen heeft appelante op 28 mei 2020 beroep ingesteld bij dit gerecht.
Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend.
Uitspraak is bepaald op heden.

2.OVERWEGINGEN

2.1
Ingevolgde artikel 27, eerste lid, van de Lar bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken en gaat deze in op de dag na die waarop de beslissing op het bezwaarschrift is gedagtekend.
Ingevolge artikel 28, eerste lid, wordt een beroepschrift niet‑ontvankelijk verklaard indien het is ingediend voordat de termijn is ingegaan of nadat de termijn is verstreken.
Ingevolge het derde lid blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op die grond achterwege indien de indiener aannemelijk maakt dat hij het geschrift heeft ingediend zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kon worden en het tegendeel daarvan niet blijkt.
Ingevolge artikel 32, aanhef, en onder a, kan het Gerecht onmiddellijk uitspraak doen als het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
2. De in beroep bestreden beschikking is gedagtekend 13 maart 2020. Uit het hiervoor weergegeven wettelijk kader volgt dat de beroepstermijn is aangevangen op 14 maart 2020 en geëindigd op 24 april 2020. Het beroepschrift van appellante is op 28 mei 2020 en derhalve buiten deze termijn ingediend.
3. In hetgeen appellante heeft aangevoerd ziet het gerecht geen grond voor het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Appellante heeft te kennen gegeven dat een afschrift van de bestreden beschikking op 19 maart 2020 door verweerder ter post is aangeboden, dat zij een afhaalbericht heeft ontvangen, maar dat zij, omdat het postkantoor in verband met de ter bestrijding van het coronavirus genomen maatregelen tot 11 mei 2020 voor het publiek gesloten is geweest, eerst op 12 mei 2020 de beschikking bij het postkantoor heeft kunnen afhalen. Ook indien wordt aangenomen dat appellante de bestreden beschikking na afloop van de reguliere beroepstermijn op 12 mei 2020 heeft ontvangen, had zij volgens vaste jurisprudentie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (vergelijk onder meer de uitspraak van 28 juni 2013, ECLI:NL:OGHACMB:2013:58) het beroepschrift zo spoedig als redelijkerwijs van haar verlangd kon worden, dat wil zeggen binnen twee weken na ontvangst van de bestreden beschikking, moeten indienen. Dit heeft zij niet gedaan.
4. Het beroep is niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen grondslag.

3.BESLISSING

Het Gerecht:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op maandag, 21 september 2020, in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na dagtekening van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (LAR-zaken).
Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij de griffie van dit Gerecht.
U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,
b. de dag van ondertekening,
c. waartegen u in hoger beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Afl. 75 verschuldigd.