ECLI:NL:OGEAA:2020:397
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bevel tot uitzetting wegens ongeldig verblijf
Verzoeker, een toerist van Venezolaanse nationaliteit, is op 11 maart 2020 Aruba binnengekomen met een toegestane verblijfsduur van drie dagen. Hij maakte op 12 maart 2020 een afspraak bij de Immigratiedienst (DIMAS) om verlenging van zijn verblijf aan te vragen, maar kon deze aanvraag niet op de voorgeschreven wijze indienen vanwege Coronamaatregelen. Verzoeker stelde dat hij zijn verzoek per e-mail had ingediend, maar dit is niet gebleken uit de stukken of tijdens de zitting.
De Minister van Justitie, Veiligheid en Integratie heeft op 8 april 2020 een bevel tot uitzetting uitgevaardigd omdat verzoeker sinds 15 maart 2020 niet in het bezit is van een geldige verblijfstitel. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit bevel en verzocht om schorsing van het bevel op grond van artikel 54 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker zonder geldige verblijfstitel verbleef en dat de minister bevoegd was het bevel tot uitzetting te geven. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een langere vertrektermijn rechtvaardigen. Het verzoek tot schorsing van het bevel wordt daarom afgewezen. De uitspraak is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van het bevel tot uitzetting wordt afgewezen omdat verzoeker geen geldige aanvraag tot verlenging van zijn verblijf heeft ingediend.