Uitspraak
JULIUS L. PENHA & SONS (ARUBA) N.V.,
1.DE PROCEDURE
2.DE VASTSTAANDE FEITEN
settlement agreement’ voorgelegd, ter beëindiging van de arbeidsovereenkomsten.
‘settlement agreement’en daarbij een tegenvoorstel gedaan.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Eisers, vier werknemers van Julius L. Penha & Sons (Aruba) N.V., vorderden in kort geding dat Penha verplicht zou worden om binnen 48 uur te onderhandelen over een beëindigingsovereenkomst met een onpartijdige bemiddelaar, betaling van alle verschuldigde gelden, en een verbod op onttrekking van gelden uit haar vermogen.
Penha had de winkel waar eisers werkten gesloten en stelde concept beëindigingsovereenkomsten voor, maar partijen bereikten geen overeenstemming ondanks bemiddeling. Eisers legden conservatoir derdenbeslag op banktegoeden van Penha ter verzekering van een bedrag van Afl. 230.000,-.
Het gerecht oordeelde dat eisers onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat Penha als goed werkgever verplicht was de onderhandelingen te hervatten, mede omdat eisers zelf de onderhandelingen hadden afgebroken en Penha met andere collega’s wel overeenstemming had bereikt. Ook was onvoldoende onderbouwd dat Penha achterstallige commissie aan drie van de eisers verschuldigd was, behalve aan één eiseres aan wie een bedrag van Afl. 1.801,12 werd erkend.
De vorderingen tot betaling van overige gelden, het verbod op onttrekking van vermogen en de dwangsom werden afgewezen. Proceskosten werden gecompenseerd. Het vonnis werd uitgesproken op 9 september 2020.
Uitkomst: Penha wordt veroordeeld tot betaling van Afl. 1.801,12 aan één eiseres; overige vorderingen worden afgewezen.