Uitspraak
1.HET PROCESVERLOOP
2.DE VASTSTAANDE FEITEN
in conventie en in reconventie
(…).
Het verzoekschrift d.d. 24 januari 2017 t.n.v. (…) [naam VBA] (…);
De Landsverordening uitgifte eigendommen (…);
3.Verlenging van de optieperiode is niet mogelijk.
4. Voor het hebben van het recht van optie is een bedrag van Afl. 5.756,= (…) verschuldigd, te voldoen (…) binnen één maand na dagtekening van deze beschikking.
5. Binnen de optietermijn dient het volgende ter goedkeuring aan de minister van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Integratie te worden overgelegd:
(…).
9. De totale bebouwde oppervlakte van het te bouwen bouwwerk mag niet kleiner zijn dan 10% van de perceeloppervlakte. Het te bouwen bouwwerk dient in maximaal 3 (drie) bouwlagen te worden uitgevoerd (…). Onverminderd het vorengestelde, dient het te bouwen bouwwerk van hoge esthetische waarde en kwaliteit te zijn en duurzame bouwmaterialen dienen toegepast te worden. Een en ander zal moeten blijken uit de benodigde gedetailleerde bouwtekeningen.
(…).
12. Bij niet nakoming van één van de hierboven gestelde voorwaarden en/of bepalingen, alsmede indien de ingediende stukken niet door de Minister worden goedgekeurd vervalt het recht van optie en zal het erfpachtrecht niet worden gevestigd.
13. De Optiehouder is gehouden gedurende de optieperiode een maatschappelijke investering te plegen in een sociale instantie in Aruba van minimaal 5 0/00 (vijf pro mille) van de investering die met het project gemoeid is. De Optiehouder kan geen rechten hieraan ontlenen.
(…).
[naam VBA] (…) heeft op 24 januari 2017 een perceel domeingrond te [plaats] groot 2.558 m2, in erfpacht aangevraagd voor de bouw van een bedrijfspand. Bij ministeriële beschikking d.d. 6 september 2017, No. DIP/5098-A is (…) het recht van optie verleend voor een periode van 6 maanden.
3.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
in conventie
4.DE BEOORDELING
in reconventie
tot het verkrijgen van het recht van erfpacht op”het perceel. In het licht van dat door [naam VBA] verkregen recht van optie wordt het volgende overwogen, waarbij vooropgesteld heeft te gelden dat (1) met betrekking tot dat recht de verhoudingen tussen partijen worden beheerst door de redelijkheid en billijkheid en (2) dat het Land in zijn privaatrechtelijk handelen met in dit geval [naam VBA] op de voet van het bepaalde in artikel 3:14 BW Pro evenzeer is gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Verder wordt vooropgesteld dat de tekst en inhoud van de beschikking eenzijdig door het Land zonder onderhandeling met [naam VBA] is opgesteld/geredigeerd, zodat voor de uitleg daarvan met name de tekst van de beschikking bepalend is. Voorts wordt vooropgesteld overwogen dat uit de beschikking onmiskenbaar volgt dat als is voldaan door [naam VBA] aan alle in de beschikking voormelde voorwaarden/bepalingen en de door haar ingediende stukken worden goedgekeurd door de minister, het Land het perceel in erfpacht dient uit te geven aan [naam VBA]. Het andersluidende standpunt van het Land mist in het licht van de strekking en geest van de beschikking voldoende onderbouwing en/of feitelijke grondslag, en wordt daarom gepasseerd. Tot slot wordt vooropgesteld dat [naam VBA] niet of onvoldoende bestreden heeft gesteld dat zij alle in de beschikking onder a. tot en met j. vermelde stukken tijdig ter beoordeling heeft ingediend bij het Land. In zoverre heeft [naam VBA] in elk geval voldaan aan de bij de beschikking bepaalde voorwaarden en bepalingen.