ECLI:NL:OGEAA:2020:507

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
25 november 2020
Publicatiedatum
4 december 2020
Zaaknummer
AUA201904462
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • A.H.M. van de Leur
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens niet-geleverde of niet-afgemaakte diensten en gebrek aan bewijs

In deze civiele zaak vordert eiser betaling van een bedrag van Afl. 9.457,-- voor geleverde diensten aan gedaagde, waaronder ongediertebestrijding en constructiewerkzaamheden.

Gedaagde betwist de vordering en stelt dat alleen een deel van de werkzaamheden was overeengekomen, dat hij al betalingen had verricht, en dat de werkzaamheden niet zijn afgemaakt, waardoor hij schade heeft geleden en een andere aannemer moest inschakelen.

Eiser heeft geen bewijs geleverd ter onderbouwing van zijn vordering, waardoor het Gerecht oordeelt dat de vordering niet is komen vast te staan. Daarom wijst het Gerecht de vordering af en veroordeelt eiser in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering van eiser wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

Vonnis van 25 november 2020
Behorend bij B.B. nr. AUA201904462
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
[eiser],
wonende en gevestigd in Aruba,
eiser,
hierna ook te noemen: [eiser],
gemachtigde: de advocaat mr. G. de Hoogd,
tegen:
[gedaagde],
wonende en gevestigd in Aruba,
gedaagde,
hierna ook te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: de advocaat mr. lic. B.M. de Sousa.

1.DE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-het verzoekschrift, met producties;
-het verweerschrift;
-de tegen [eiser] verleende akte van niet dienen van repliek.
1.2
Vonnis is nader bepaald op heden.

2.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

2.1 [
eiser] vordert dat het Gerecht bij vonnis [gedaagde] beveelt om aan [eiser] te betalen Afl. 9.457,-- uit hoofde van aan [gedaagde] verleende diensten, te vermeerderen met wettelijke rente, kosten rechtens.
2.2 [
gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van het door [eiser] verzochte, kosten rechtens.
2.3
Voor zover van belang voor de uitkomst van deze procedure worden de stellingen van partijen hierna besproken.

3.DE BEOORDELING

3.1 [
eiser] stelt als grondslag voor zijn vordering dat hij voor het in hoofdsom gevorderde bedrag diensten heeft geleverd aan [gedaagde] ter zake van het bestrijden van ongedierte, het leveren en verrichten van “
landscaping-services” en de constructie van een badkamer. In het licht daarvan stelt [gedaagde] dat partijen waren overeengekomen dat [eiser] toiletten zou bouwen in de achtertuin van [gedaagde] voor in totaal Afl. 6.875,--, en dat [gedaagde] naast een aanbetaling van de helft van dat bedrag reeds meerdere betalingen heeft verricht. Verder stelt [gedaagde] dat [eiser] de overeengekomen werkzaamheden niet heeft afgemaakt, en dat hij een andere aannemer heeft moeten inschakelen om die werkzaamheden af te maken. Daardoor heeft [gedaagde] schade geleden, aldus telkens [gedaagde].
3.2
In het licht van zijn hiervoor omschreven niet door [eiser] bestreden stellingen en zijn impliciete niet bestreden beroep op verrekening van schade stelt [gedaagde] wederom impliciet dat hij niets verschuldigd is aan [eiser]. In het licht van dat verweer staat voormelde door [eiser] aan zijn vordering ten gronde gelegde stelling niet vast. Die stelling komt in deze procedure ook niet vast te staan, omdat [eiser] om voor hem moverende redenen geen levering van bewijs heeft aangeboden.
3.3
Vorenstaande brengt mee dat de vordering van [eiser] zal worden afgewezen.
3.4 [
eiser] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden verwezen in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [gedaagde], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 500,-- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt, tarief 3).

4.DE UITSPRAAK

Het Gerecht:
-wijst af het door [eiser] verzochte;
-veroordeelt [eiser] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [gedaagde], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 500,-- an salaris voor de gemachtigde.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 25 november 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.
Datum uitspraak: 25 november 2020
Instantie: Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Zaaknummer: ARBB. nr. AUA201904462
Inhoudsindicatie: civiel, vordering, geleverde dienten.
Formele relaties (optioneel):
Rechtsgebieden: Civiel
Rechter: mr. A.H.M. van de Leur
Bijzondere kenmerken: