ECLI:NL:OGEAA:2020:508

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
25 november 2020
Publicatiedatum
4 december 2020
Zaaknummer
AUA201902872
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 843a RvArt. 136 Procesreglement 2018
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering tot afgifte van bescheiden op grond van artikel 843a Rv

In deze civiele zaak vordert de gedaagde in een incident dat het gerecht de vereniging beveelt om afschriften te verstrekken van diverse documenten die betrekking hebben op de rechtsbetrekking tussen partijen. Deze documenten omvatten rekeningoverzichten, lidmaatschapsovereenkomst, algemene voorwaarden en correspondentie met overheidsafdelingen.

De vereniging voert geen verweer tegen deze incidentele vordering. Het gerecht beoordeelt de vordering aan de hand van artikel 843a lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en oordeelt dat de gevorderde stukken voldoende concreet zijn bepaald en dat de gedaagde een rechtmatig belang heeft bij inzage.

De vordering wordt toegewezen voor zover de stukken in het bezit zijn van de vereniging. De vereniging wordt veroordeeld tot verstrekking binnen veertien dagen na betekening, met een dwangsom van Afl. 500,- per dag tot maximaal Afl. 25.000,- bij niet-naleving. De vordering tot het doorzoeken van gegevensdragers wordt afgewezen wegens onvoldoende concreetheid.

De vereniging wordt veroordeeld in de kosten van het incident, die voor de gedaagde nihil worden begroot. De hoofdzaak wordt verwezen naar een latere rolzitting voor verdere proceshandeling.

Uitkomst: De vordering tot afgifte van bescheiden wordt toegewezen met een dwangsom bij niet-naleving.

Uitspraak

Vonnis van 25 november 2020
Behorend bij A.R. nr. AUA201902872
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in het incident tot inzage van:
de vereniging
DE COÖPERATIEVE SPAAR- EN KREDIETVERENIGING DOUANE ARUBA,
gevestigd in Aruba,
hierna ook te noemen: de vereniging,
eiseres in de hoofdzaak,
gedaagde in het incident,
gemachtigde: de advocaat mr. E.E. Rosenstand,
tegen:
[naam gedaagde],
wonende in Aruba,
hierna ook te noemen: [gedaagde],
gedaagde in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
gevolmachtigde: de heer [naam gevolmachtigde].
1.
DE PROCEDURE
1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het inleidend verzoekschrift van de vereniging met producties, ingediend op 23 augustus 2019,
- de conclusie van antwoord tevens inhoudende de incidentele conclusie van [gedaagde] met producties, ingediend op 5 februari 2020,
- de conclusie van repliek tevens inhoudende een vermindering van eis, ingediend op 24 juni 2020.
1.2 De vereniging heeft, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, geen conclusie van antwoord in het incident ingediend.
1.3 De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis in het incident.

2.HET VERZOEK

2.1 [
gedaagde] vordert in het incident dat het gerecht bij vonnis – uitvoerbaar bij voorraad en naar het gerecht begrijpt - de vereniging beveelt om op straffe van een dwangsom aan haar afschrift te verstrekken van de navolgende stukken:
- rekeningoverzicht (Estado di Cuenta) april 2014 t/m 2017 en januari 2020,
- lidmaatschapsovereenkomst tussen de vereniging en [gedaagde],
- algemene voorwaarden van de vereniging,
- alle brieven tussen Departamento di Douane (hierna: Douane) en de vereniging, aangaande [gedaagde] (ontslag, vertrek naar Nederland, incasso etc.),
- alle brieven tussen de vereniging en Departamento di Recurso Humano (hierna: DRH) aangaande [gedaagde].
Tevens vordert [gedaagde] dat het gerecht bepaalt dat het haar gemachtigde vrijstaat de gegevensdragers waarop bewijsbeslag is gelegd te (laten) doorzoeken op aanwezigheid van de aangeduide bescheiden en de vereniging veroordeelt tot betaling van de proceskosten in het incident.
2.2
De vereniging heeft geen verweer gevoerd tegen de incidentele vordering.

3.DE BEOORDELING

In het incident
3.1
Op grond van artikel 843a lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) kan degene die daarbij rechtmatig belang heeft op zijn kosten inzage, afschrift of uittreksel vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorganger partij is, van degene die de bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft. Lid 4 van het artikel bepaalt dat degene die deze bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft, niet gehouden is aan deze vordering te voldoen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, alsmede indien redelijkerwijs aangenomen kan worden dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd.
3.2
In het algemeen kan van een rechtmatig belang in de zin van artikel 843a lid 1 Rv reeds sprake zijn indien degene die afschrift verlangt dat stuk niet tot zijn beschikking heeft, maar wel bekend is met het bestaan ervan en dat stuk in de procedure zou willen overleggen. Voldoende voor het aannemen van een dergelijk belang is dat het desbetreffende stuk relevant kan zijn voor een niet op voorhand als kansloos aan te merken vordering of verweer. De verlangde stukken moeten voldoende bepaald zijn; voldoende concreet moet worden aangegeven dat en waarom de specifieke stukken van belang zijn, zulks teneinde een ‘fishing expedition’ te voorkomen. Artikel 843a Rv dient er niet toe om stukken op te vragen waarvan slechts het vermoeden bestaat dat die mogelijk in de procedure van pas zouden kunnen komen.
3.3 [
gedaagde] stelt ter onderbouwing van haar vordering dat zij voornoemde stukken nodig heeft ten behoeve van de verdediging tegen de vordering in de hoofdzaak.
3.4
In de hoofdzaak vordert de vereniging [gedaagde] te veroordelen tot het betalen van een bedrag van Afl. 3.706,13, vermeerderd met de contractuele rente van 12% per jaar en de contractuele buitengerechtelijke incassokosten van 15% en [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de proceskosten. De vereniging grondt haar vordering erop dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de uit de geldleningsovereenkomst voortvloeiende betalingsverplichtingen.
3.5
Hoewel de vereniging geen verweer heeft gevoerd tegen de incidentele vordering van [gedaagde] tot inzage dient te worden beoordeeld of het gevorderde in het licht van artikel 843a Rv niet onrechtmatig of ongegrond is. Naar het oordeel van het gerecht zijn de verzochte afschriften voldoende concreet bepaald. Deze bescheiden hebben betrekking op de rechtsbetrekking tussen [gedaagde] en de vereniging en [gedaagde] heeft geen beschikking over deze bescheiden. Om die reden is het rechtmatig belang van [gedaagde] bij de incidentele vordering gegeven. De vordering ten aanzien van de verzochte afschriften zal worden toegewezen voor zover deze bescheiden in het bezit zijn van de vereniging en in dier voege dat de vereniging zal worden veroordeeld tot het verstrekken van afschriften van de betreffende geschriften. De gevorderde dwangsom zal worden gemaximeerd. Aan de vereniging zal een redelijk termijn van veertien (14) dagen na betekening van het vonnis worden gegund om tot die verstrekking over te gaan.
3.6
De vordering van [gedaagde] om te bepalen dat het haar gemachtigde vrijstaat de gegevensdragers, waarop bewijsbeslag is gelegd, door hem te laten onderzoeken, zal worden afgewezen. Door [gedaagde] is niet gesteld en uit de door [gedaagde] overgelegde stukken blijkt niet dat door haar conservatoir beslag is gelegd op stukken die in het bezit zijn van de vereniging. Dit onderdeel van de vordering is om die reden onvoldoende concreet bepaald in de zin van artikel 843a lid 1 Rv.
3.7
De vereniging zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de procedure in het incident gevallen aan de zijde van [gedaagde], tot aan dit vonnis begroot op nihil omdat [gedaagde] niet vertegenwoordigd wordt door een gemachtigde in de zin van artikel 136 van Pro het Procesreglement 2018.
In de hoofdzaak
3.8
In de hoofdzaak zal de zaak worden verwezen naar de rolzitting van 27 januari 2021 voor het nemen van een conclusie van dupliek aan de zijde van [gedaagde].

4.DE UITSPRAAK

Het gerecht:
In het incident
4.1
beveelt de vereniging om binnen veertien (14) dagen na betekening van dit vonnis aan [gedaagde] afschrift te verstrekken van:
- rekeningoverschrift (Estado di Cuenta) april 2014 t/m 2017 en januari 2020,
- lidmaatschapsovereenkomst tussen de vereniging en [gedaagde],
- algemene voorwaarden de vereniging,
- alle brieven tussen Departamento di Douane (hierna: Douane) en de vereniging, aangaande [gedaagde] (ontslag, vertrek naar Nederland, incasso etc.),
- alle brieven tussen de vereniging en Departamento di Recurso Humano (hierna: DRH) aangaande [gedaagde],
voor zover deze bescheiden in het bezit zijn van de vereniging;
4.2
veroordeelt de vereniging om aan [gedaagde] een dwangsom te betalen van Afl. 500,- voor iedere dag dat zij niet aan de in 4.1 uitgesproken bevel voldoet, tot een maximum van Afl. 25.000,- is bereikt;
4.3
veroordeelt de vereniging in de kosten van het incident, die tot de datum van uitspraak aan de kant van [gedaagde], worden begroot op nihil;
4.4
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.5
wijst het meer of anders gevorderde af;
In de hoofdzaak
4.6
verwijst de zaak naar de rolzitting van 27 januari 2021 voor het nemen van een conclusie van dupliek aan de zijde van [gedaagde].
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Verhoeven, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 25 november 2020 in aanwezigheid van de griffier.
Datum uitspraak: 25 november 2020
Instantie: Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Zaaknummer: A.R. nr. AUA201902872
Inhoudsindicatie: Civiel. Vonnis is het incident. Artikel 843a lid 1 Rv. Vordering tot afgifte van bescheiden toegewezen.
Formele relaties (optioneel):
Rechtsgebieden: civiel
Rechter: mr. J.J. Verhoeven
Bijzondere kenmerken: