ECLI:NL:OGEAA:2020:519
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Betalingsvordering wegens niet-nakoming leningsovereenkomst met verbruikleen
Island Finance Aruba N.V. en [gedaagde] zijn op 28 oktober 2010 een verbruikleenovereenkomst aangegaan waarbij Island Finance een bedrag van Afl. 10.600,48 uitleende aan [gedaagde], die dit in 48 maandelijkse termijnen van Afl. 367,94 zou terugbetalen.
Na betalingsachterstanden stelde Island Finance bij brief van 7 augustus 2018 de vordering ter incasso, bestaande uit een hoofdsom van Afl. 15.069,51 vermeerderd met wettelijke rente vanaf 13 november 2014, 5% boeterente en 15% buitengerechtelijke incassokosten.
Island Finance vorderde betaling van Afl. 13.418,- plus wettelijke rente en incassokosten, terwijl [gedaagde] zich verzette tegen de hoogte van de vordering en een beroep deed op verjaring. Na nadere uiteenzetting van de vordering door Island Finance gaf [gedaagde] haar bezwaren prijs.
Het gerecht oordeelde dat de vordering opeisbaar is en [gedaagde] in gebreke is gebleven. De buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. [gedaagde] werd veroordeeld tot betaling van de hoofdsom met rente en de proceskosten, met afwijzing van het meer of anders gevorderde.
Uitkomst: De vordering van Island Finance wordt toegewezen tot betaling van Afl. 13.418,- met rente, incassokosten worden afgewezen.