Bij beschikking van 8 januari 2019 werd een bewind ingesteld over alle goederen van de betrokkene vanwege haar lichamelijke toestand, waarbij de heer broer werd benoemd tot bewindvoerder. Op 11 februari 2020 werd deze bewindvoerder ontslagen en mevrouw verzoekster benoemd tot bewindvoerster.
Verzoekster heeft het gerecht verzocht haar ontslag als bewindvoerster te verlenen en de zoon van de betrokkene te benoemen als opvolgend bewindvoerder. Verzoekster is niet langer bereid deze functie te vervullen, terwijl de zoon zich bereid heeft verklaard de taak over te nemen. Er zijn geen bezwaren tegen de benoeming van de zoon.
Het gerecht heeft op 8 december 2020 besloten verzoekster met ingang van die dag te ontslaan als bewindvoerster en de zoon te benoemen als opvolgend bewindvoerder over alle goederen van de betrokkene. Tevens is bepaald dat verzoekster haar rekening en verantwoording dient in te dienen voordat de zoon aanvangt. De opvolgende bewindvoerder moet jaarlijks en aan het einde van het bewind verantwoording afleggen aan de rechthebbende, voor het eerst uiterlijk 1 juni 2021.