Uitspraak
1.DE PROCEDURE
- het verzoekschrift, ingediend op 30 juni 2020;
- de mondelinge behandeling ter zitting van 20 oktober 2020, waar zijn verschenen, mr. [medewerker 1] en mevrouw [medewerker 2] namens de Voogdijraad en de ouders in persoon.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
De zaak betreft een verzoek van de Voogdijraad tegen de vader van drie minderjarige kinderen, geboren in Aruba, om kinderalimentatie vast te stellen. De moeder oefent het gezag uit en het verzoek betreft een maandelijkse bijdrage van 300 gulden per kind vanaf 1 juli 2020. De vader voert draagkrachtverweer en stelt dat hij 500 gulden per maand kan betalen voor alle kinderen.
Het gerecht stelt vast dat de totale kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen maandelijks 1.807,40 gulden bedragen, gebaseerd op door de moeder opgegeven kosten die niet zijn betwist. De draagkracht van de moeder wordt berekend op een netto inkomen van circa 6.153 gulden minus noodzakelijke vaste lasten van ongeveer 4.129 gulden, wat een overschot van 2.024 gulden oplevert. De vader heeft een netto inkomen van circa 3.836 gulden en noodzakelijke lasten van circa 3.186 gulden, wat een overschot van 650 gulden betekent.
Gezien de draagkracht van partijen, de behoefte van de kinderen en de door de vader aangegeven bereidheid tot betaling, acht het gerecht een bijdrage van 500 gulden per maand door de vader passend. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de betaling dient vooruitbetaald aan de Voogdijraad te geschieden vanaf 1 december 2020.
Uitkomst: De vader wordt veroordeeld tot betaling van 500 gulden per maand aan kinderalimentatie voor drie minderjarige kinderen vanaf 1 december 2020.