Het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van poging tot zware mishandeling, gepleegd op 4 juli 2019 in de penitentiaire inrichting Korrektie Instituut Aruba. Verdachte en anderen hebben het slachtoffer, terwijl deze op de grond lag, meermalen met kracht geschopt en geslagen. Het letsel bleef beperkt tot oppervlakkige schaafwonden.
De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 30 maanden voor medeplegen van poging tot doodslag, maar het Gerecht sprak verdachte vrij van dit feit wegens onvoldoende bewijs van (voorwaardelijk) opzet op de dood van het slachtoffer. Het Gerecht oordeelde dat het bewijs niet overtuigend aantoont dat verdachte opzettelijk de dood van het slachtoffer wilde veroorzaken.
De bewezenverklaring betreft medeplegen van poging tot zware mishandeling, strafbaar gesteld in het Wetboek van Strafrecht van Aruba. Gelet op de ernst van het feit, het agressieve karakter en de eerdere veroordelingen van verdachte, werd een gevangenisstraf van 24 maanden opgelegd, met aftrek van voorarrest.
Het vonnis werd uitgesproken op 21 februari 2020 door rechter S. Verheijen. De straf is lager dan gevorderd door de officier van justitie vanwege de andere bewezenverklaring.