ECLI:NL:OGEAA:2020:593
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Verkrijgende verjaring en onrechtmatigheid bij erfpacht woning Aruba
Eiseres heeft sinds 1994 een woning gehuurd van het Land Aruba en stelt sinds 1995 feitelijk macht over het perceel te hebben. Zij vordert dat het perceel door verjaring in eigendom aan haar wordt toegekend, dan wel dat het Land het perceel overdraagt en de canon vaststelt volgens een taxatierapport uit 2000. Het Land verzet zich hiertegen.
Het gerecht oordeelt dat eiseres aanvankelijk houder was op basis van een huurovereenkomst en niet bezitter, waardoor de vereiste onafgebroken bezitperiode van twintig jaar voor verkrijgende verjaring niet is voldaan. Daarnaast is vastgesteld dat geen erfpachtovereenkomst is gesloten, maar wel dat het Land een recht van eerste optie op erfpacht aan eiseres heeft toegezegd.
Het Land heeft deze toezegging niet nagekomen, wat onrechtmatig is volgens het vertrouwensbeginsel. Het gerecht acht het onrechtmatig handelen van het Land voldoende bewezen, maar wijst de vordering tot onvoorwaardelijke levering van erfpacht af omdat eerst aan voorwaarden moet worden voldaan. De zaak wordt aangehouden voor nadere toelichting over optievoorwaarden en waardebepaling.
De procedure wordt voortgezet met een akte van het Land en een reactie van eiseres, waarbij ook de waardevermindering van de woning door achterstallig onderhoud zal worden betrokken. Het gerecht handhaaft een voorlopige voorziening en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: De vordering tot verkrijgende verjaring wordt afgewezen, het Land heeft onrechtmatig gehandeld door toezegging erfpacht niet na te komen, maar onvoorwaardelijke levering wordt niet bevolen; zaak aangehouden voor nadere behandeling.