Uitspraak
1.DE PROCEDURE
- het verzoekschrift, ingediend op 5 september 2019;
- de mondelinge behandeling ter zitting van 3 december 2019, waar zijn verschenen verzoeker bijgestaan door zijn gemachtigde en verweerster in persoon.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
De zaak betreft een verzoek tot verlaging van de kinderalimentatie door de vader, die eerder niet was verschenen bij de vaststelling van de oorspronkelijke alimentatie. De vader en zijn partner verdienen beiden het minimumloon en moeten vier kinderen onderhouden. De minderjarige verblijft om de week bij de vader, wat meeweegt in de kostenverdeling.
Het gerecht stelt vast dat de eerdere alimentatiebeschikking niet meer voldoet aan de wettelijke maatstaven op grond van artikel 1:401 BW Pro Aruba, vanwege gewijzigde omstandigheden en onvolledige gegevens bij de eerdere uitspraak. De onderhoudsplichtige moet zijn draagkracht benutten en rekening houden met toekomstige inkomsten en zijn verplichtingen.
De kosten van verzorging en opvoeding worden vastgesteld op Afl. 650,- per maand voor kinderen van 12 jaar en ouder. De draagkracht van de moeder en vader wordt forfaitair berekend, rekening houdend met hun netto-inkomens en lasten. De vader wordt geacht Afl. 166,- per maand te kunnen bijdragen, rekening houdend met de omgangsregeling.
De alimentatiebijdrage wordt met ingang van 1 maart 2020 vastgesteld op Afl. 166,- per maand, te voldoen aan de Voogdijraad. Tevens wordt de vader kosteloos procederen toegestaan vanwege zijn financiële situatie.
Uitkomst: De alimentatiebijdrage van de vader wordt verlaagd naar Afl. 166,- per maand met ingang van 1 maart 2020.