ECLI:NL:OGEAA:2020:76

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
18 februari 2020
Publicatiedatum
5 maart 2020
Zaaknummer
AUA201902435
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:26 BWAArt. 1:253r lid 1 BWArt. 1:253q lid 2 BW
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot erkenning buitenlandse voogdijuitspraak en voogdijbelastiging in Aruba

Verzoekster, de grootmoeder van een minderjarige die in Aruba woont, verzocht om erkenning van een voogdijuitspraak van een Haitiaanse rechter en subsidiair om zelf met de voogdij te worden belast.

De primaire erkenningsverzoek werd afgewezen omdat de buitenlandse uitspraak niet vatbaar is voor opname in het register van de burgerlijke stand van Aruba, aangezien deze geen voogdijgegevens bevat. Het subsidiaire verzoek werd eveneens afgewezen omdat verzoekster reeds rechtsgeldig met de voogdij was belast door een uitspraak van de Family Court in Jamaica.

De afwijzing volgt uit de toepasselijke artikelen van het Burgerlijk Wetboek van Aruba en de authenticiteit van de buitenlandse uitspraak werd niet betwist. De beslissing werd genomen na een zitting waarbij de vader en moeder van de minderjarige niet verschenen en geen verweerschrift indienden.

Uitkomst: Het verzoek tot erkenning van de buitenlandse voogdijuitspraak en het belasten van verzoekster met de voogdij over de minderjarige wordt afgewezen.

Uitspraak

Beschikking van 18 februari 2020
behorend bij EJ. nr. AUA201902435.
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van
[Naam verzoekster],
wonende in Aruba,
VERZOEK,
procederend in persoon,
Belanghebbende:
[Naam moeder], de moeder,
[Naam vader], de vader,
de ambtenaar van de burgerlijke stand,hierna: de abs,
in Aruba.

1.DE PROCEDURE

Bij verzoekschrift, ingediend op 22 juli 2019, heeft verzoekster gevraagd om erkenning van een uitspraak van een Haitiaanse rechter.
De abs heeft op 26 november 2019, geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek.
De zaak is behandeld ter zitting van 3 december 2019, alwaar is verschenen verzoekster in persoon. De vader en de moeder hebben geen verweerschrift ingediend en zijn, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.
Hierna is de uitspraak bepaald op heden.

2.DE FEITEN

2.1
Uit de moeder is op (hierna: de minderjarige). De minderjarige is door de vader erkend.
2.2
Verzoekster is de grootmoeder van de minderjarige. Zij is gehuwd met [naam echtgenoot].
2.3
Bij rechterlijke uitspraak van 26 april 2016 van de Family Court for the Parishes of Kingston and St. Andrew [adres], Kingston, is verzoekster (samen met haar echtgenoot [naam echtgenoot]) belast met de voogdij (
custody) over de minderjarige.
2.4
De minderjarige woont bij verzoekster in Aruba.

3.HET VERZOEK

Het verzoek strekt - naar het gerecht begrijpt – primair tot afgifte van een verklaring als bedoeld in artikel 1:26 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) ter zake van voornoemde uitspraak van 26 april 2016 en subsidiair tot het belasten van verzoekster met de voogdij over de minderjarige. Daartoe is ter zitting gesteld dat het in het belang van de minderjarige is dat voornoemde beslissing in Aruba wordt erkend, zodat verzoekster de verblijfsstatus van de minderjarige hier te lande kan regelen, het een en ander conform de vereisten van de DIMAS.

4.DE BEOORDELING

4.1
Op grond van artikel 1:26 van Pro het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BWA) kan het gerecht een verklaring voor recht afgeven dat een buiten Aruba gedane uitspraak overeenkomstig plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of gedaan, en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in een register van de burgerlijke stand.
4.2
Voornoemde uitspraak van 26 april 2016 is naar zijn aard niet vatbaar voor opneming in een register van de burgerlijke stand, aangezien die registers geen informatie omtrent voogdij c.q. gezag over minderjarigen bevatten. Het primaire verzoek is daarom niet toewijsbaar en zal hierna worden afgewezen.
4.3
Het subsidiaire verzoek is gebaseerd op artikel 1:253r lid 1 BW jo. artikel 1:253q lid 2 BW. Uit de stellingen van verzoekster volgt dat zij reeds belast is met de voogdij in de uitspraak van 26 april 2016 van de Family Court te Kingston in Jamaica. Het gerecht heeft geen redenen om te twijfelen aan de authenticiteit van deze, door verzoekster overgelegde, uitspraak. Dat betekent dat er in deze procedure vanuit moet worden gegaan dat op rechtsgeldige wijze in de voogdij over de minderjarige is voorzien, zodat er geen gronden zijn om thans verzoekster (opnieuw) met de voogdij over de minderjarige te balasten. Ook het subsidiaire verzoek moet om die reden worden afgewezen.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
verstaat dat [naam verzoekster] bij beslissing van 26 april 2016 van de Family Court for the Parishes of Kingston and St. Andrew, [adres], Kingston rechtsgeldig is belast met de voogdij over de minderjarige [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2008 in Jamaica,
wijst de verzoeken af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.J. Verhoeven, rechter in dit gerecht en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van dinsdag 18 februari 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.