ECLI:NL:OGEAA:2020:90

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
3 maart 2020
Publicatiedatum
13 maart 2020
Zaaknummer
AUA201903768
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • N.K. Engelbrecht
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:26 BWHaags Verdrag van 5 oktober 1961
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek erkenning buitenlandse gezagsuitspraken minderjarigen Aruba

Het verzoek betrof de erkenning van twee uitspraken van het Dominicaanse gerecht waarin het gezag over drie minderjarigen werd overgedragen aan hun vader, zodat zij bij hem in Aruba konden verblijven. De uitspraken waren voorzien van een apostille conform het Haags Verdrag.

Verzoekers stelden dat erkenning noodzakelijk was voor de afgifte van verblijfsvergunningen aan de minderjarigen, die in Aruba wonen en daar naar school gaan. Het gerecht beoordeelde het verzoek op grond van artikel 1:26 BW Pro, dat een verklaring voor recht mogelijk maakt omtrent buitenlandse uitspraken die vatbaar zijn voor opname in het register van de burgerlijke stand.

Hoewel de uitspraken door een bevoegde rechter waren gedaan en verzoekers een gerechtvaardigd belang hadden, oordeelde het gerecht dat deze uitspraken niet vatbaar zijn voor opname in het register van de burgerlijke stand, omdat dit register geen informatie over voogdij of gezag bevat. Daarom werd het verzoek afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot erkenning van buitenlandse gezagsuitspraken wordt afgewezen omdat deze niet vatbaar zijn voor opname in het burgerlijk stand register.

Uitspraak

Beschikking van 3 maart 2020
behorend bij EJ. nr. AUA201903768
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van
[Vader], hierna: de vader,
[Stiefmoeder].hierna: de stiefmoeder,
wonende in Aruba,
VERZOEK,
procederend in persoon.
Belanghebbenden:
[Minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2006 in de Dominicaanse Republiek,
[Minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2008 in de Dominicaanse Republiek,
[Minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] 2014 in de Dominicaanse Republiek,
hierna samen ook aan te duiden als de minderjarigen,
[Moeder van minderjarige 1],de moeder van [minderjarige 1],
wonende in de Dominicaanse Republiek ,
[Moeder van minderjarige 2 en 3],de moeder van [minderjarige 2] en [minderjarige 3],
wonende in de Dominicaanse Republiek ,
DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND,de abs,
in Aruba.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift, ingediend op 29 oktober 2019,
  • het advies van de abs, ingediend op 30 januari 2020;
  • de mondelinge behandeling ter zitting van 4 februari 2020, waar zijn verschenen de verzoekers in persoon, en voor de abs, mevrouw mr. [naam Censo medewerker]. De moeders van de minderjarigen hebben geen verweerschrift ingediend en zijn, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.DE FEITEN

2.1
Bij uitspraak van de Dominicaanse
Tribunal de Niños, Niñas, Adolescentes y Familia del Distrito Judicial Maria Trinidad Sanchezvan 10 september 2019 (nummer ‘NCI’: 509-2019-EADM-00571), heeft de rechter goedgekeurd en toegewezen het verzoek tot officiële goedkeuring van de akte inzake gezag, voogdij, toestemming om te reizen en om in het buitenland te wonen ten behoeve van de minderjarigen [minderjarige 3] en [minderjarige 2], bij welke akte de moeder, [moeder van minderjarige 2 en 3] het gezag (
la guarda y custodia)over de minderjarigen aan de vader, [vader], heeft overgedragen, zodat de minderjarigen bij de vader in Aruba kunnen verblijven.
Deze uitspraak is op 17 september 2019 voorzien van een apostille op grond van het Haags Verdrag van 5 oktober 1961.
2.2
Bij uitspraak van de Dominicaanse
Tribunal de Niños, Niñas, Adolescentes y Familia del Distrito Judicial Maria Trinidad Sanchezvan 10 september 2019 (nummer ‘NCI’: 509-2019-EADM-00572) heeft de rechter goedgekeurd en toegewezen het verzoek tot officiële goedkeuring van de akte inzake gezag, voogdij, toestemming om te reizen en om in het buitenland te wonen ten behoeve van de minderjarige [minderjarige 1], bij welke akte de moeder, [Moeder van minderjarige 1], het gezag (
la guarda y custodia) over de minderjarige heeft overgedragen aan de vader, [vader], zodat de minderjarige bij de vader in Aruba kan verblijven.
Deze uitspraak is op 17 september 2019 voorzien van een apostille op grond van het Haags Verdrag van 5 oktober 1961.

3.HET VERZOEK

3.1
Verzoekers hebben verzocht om erkenning van voormelde buitenlandse uitspraken.
3.2
Ter onderbouwing van het verzoek hebben verzoekers ter zitting gesteld, dat de Dimas als vereiste voor de afgifte van verblijfsvergunningen aan minderjarigen stelt, dat dit gerecht de buitenlandse gezagsvoorzieningen moet hebben erkend. Het is dan ook in het belang van de minderjarigen, die bij verzoekers wonen en alhier naar school gaan, dat de uitspraken van het Dominicaanse gerecht worden erkend opdat hun verblijfsstatus hier te lande geregeld kan worden. Aldus verzoekers.

4.DE BEOORDELING

4.1
Het gerecht begrijpt het verzoek aldus, dat het strekt tot afgifte van een verklaring als bedoeld in artikel 1:26 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
Voor zover hier van belang kan op grond van die bepaling, een ieder die daarbij een gerechtvaardigd belang heeft, de rechter in eerste aanleg verzoeken een verklaring voor recht af te geven dat een op hem betrekking hebbende, buiten Aruba gedane uitspraak overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is gedaan en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in een register van de burgerlijke stand.
4.2
Alhoewel voornoemde uitspraken, zoals volgt uit het advies van de abs, kennelijk door een daartoe bevoegde rechterlijke instantie zijn gedaan en tot stand zijn gekomen na een behoorlijke rechtspleging, en verzoekers onmiskenbaar een gerechtvaardigd belang hebben bij dit verzoek, zijn ze naar hun aard niet vatbaar voor opneming in een register van de burgerlijke stand, aangezien die registers geen informatie omtrent voogdij c.q. gezag over minderjarigen bevatten. Het verzoek is daarom niet toewijsbaar.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van dinsdag 3 maart 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.