ECLI:NL:OGEAA:2020:98
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Beschikking
- N.K. Engelbrecht
- Rechtspraak.nl
Gerecht verklaart zich onbevoegd in voogdijzaak minderjarige woonachtig in Nederland
In deze zaak verzocht de moeder van een minderjarige, die sinds juli 2019 in Nederland woont bij zijn tante, het gerecht om deze tante als voogdes te benoemen. De ouders zijn gescheiden en het gezag was aan de moeder toegewezen. De vader, woonachtig in Aruba, heeft geen verweerschrift ingediend.
Het gerecht onderzocht eerst of het rechtsmacht had, gelet op het feit dat de minderjarige niet meer in Aruba woont. Volgens artikel 429ba van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van Aruba en het Haags Kinderbeschermingsverdrag is de gewone verblijfplaats van het kind bepalend voor de rechtsmacht.
Omdat de minderjarige in Nederland woont, heeft de Arubaanse rechter geen rechtsmacht in deze zaak. Daarom verklaarde het gerecht zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek tot voogdij benoeming. De beschikking werd op 3 maart 2020 in het openbaar uitgesproken door rechter N.K. Engelbrecht.
Uitkomst: Het gerecht verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het verzoek tot voogdij benoeming vanwege het ontbreken van aanknopingspunten met Aruba.