ECLI:NL:OGEAA:2020:99
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verkrachting en ontuchtige handelingen
De zaak betrof een tenlastelegging van verkrachting en subsidiair ontuchtige handelingen gepleegd door de verdachte jegens een minderjarige in mei 2018 in Aruba. Tijdens de openbare terechtzitting op 21 februari 2020 ontkende verdachte de feiten en werd hij bijgestaan door zijn raadsman.
De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van drie jaar, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte. Het Gerecht oordeelde dat de aangifte onvoldoende werd ondersteund door andere bewijsmiddelen. De flirterige Facebook Messenger-gesprekken tussen verdachte en aangeefster boden geen steun voor de beschuldigingen.
Ook de verklaring van een vriendin van aangeefster betrof een eerdere periode en was niet relevant voor de tenlastelegging. Het Gerecht concludeerde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan verkrachting of ontuchtige handelingen.
Daarom sprak het Gerecht verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Dit vonnis werd uitgesproken op 13 maart 2020 door rechter S. Verheijen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor verkrachting en ontuchtige handelingen.