Appellante heeft zich in juni 2017 ziek gemeld wegens psychische klachten, waaronder angststoornissen en hyperventilatie, en ontving hiervoor ziekengeld. In september 2019 meldde zij zich opnieuw ziek vanwege maagklachten, waarvoor zij eveneens ziekengeld ontving tot april 2020. De Sociale Verzekeringsbank stelde dat de maagklachten voortvloeien uit dezelfde ziekteoorzaak als de psychische klachten, waardoor het recht op ziekengeld na twee jaar vervalt.
Appellante voerde aan dat haar maagklachten veroorzaakt worden door een hernia en poliepen en niet gerelateerd zijn aan haar psychische aandoening. Zij overlegde medische verklaringen ter onderbouwing. De bank stelde daartegenover dat de maagklachten passen binnen het ziektebeeld van angst en paniekstoornissen en dat de lichamelijke afwijkingen gering en niet verklarend zijn.
Het College van Beroep oordeelde dat de bank na zorgvuldig onderzoek terecht heeft geconcludeerd dat sprake is van dezelfde ziekteoorzaak. De klachten hangen direct samen met de psychische gesteldheid van appellante. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en blijft het besluit van de bank staan dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld vanaf 28 april 2020.