ECLI:NL:OGEAA:2021:132

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
30 maart 2021
Publicatiedatum
13 april 2021
Zaaknummer
AUA202100048
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:268 BW ArubaArt. 1:271 BW ArubaArt. 1:272 BW Aruba
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing van het gezag van de moeder en voorlopige toevertrouwing van minderjarige aan Voogdijraad

Het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba heeft op 30 maart 2021 besloten de moeder in de uitoefening van het gezag over haar minderjarige kind te schorsen en het kind voorlopig toe te vertrouwen aan de Voogdijraad.

De procedure startte met een vordering van het Openbaar Ministerie op 11 januari 2021, gevolgd door twee mondelinge behandelingen waarbij de officier van justitie, de vertegenwoordiger van de Voogdijraad en de ouders van de minderjarige aanwezig waren. De moeder oefende het gezag alleen uit, maar is sinds haar kinderjaren psychiatrisch behandeld vanwege een Bipolaire I stoornis, met meerdere manische periodes in het afgelopen jaar.

Het rapport van de Voogdijraad en de verklaring van de psychiater toonden aan dat de moeder ondanks behandeling instabiel is, met wanen en agressief gedrag, wat de veiligheid en ontwikkeling van het kind bedreigt. De vader toont geen inzicht in de problematiek. De Voogdijraad achtte de huidige hulpverlening onvoldoende en adviseerde een voorlopige toevertrouwing. De moeder verzette zich tegen het verzoek, maar het gerecht vond de gronden voor schorsing en toevertrouwing aannemelijk en stelde een termijn van zes maanden vast voor de voorlopige toevertrouwing.

Uitkomst: De moeder wordt geschorst in het gezag en de minderjarige wordt voorlopig voor zes maanden aan de Voogdijraad toevertrouwd.

Uitspraak

Beschikking van 30 maart 2021
behorend bij AUA202100048 EJ
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op vordering van
HET OPENBAAR MINISTERIE,
in Aruba,
vertegenwoordigd door de officier van justitie,
om bekrachtiging van de voorlopige toevertrouwing aan de voogdijraad
van de minderjarige:
[Minderjarige],geboren op [geboortedatum] 2020 in Aruba,
van wie de ouders zijn:
[Naam moeder], de moeder,
[Naam vader], de vader,
beiden wonende in Aruba.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
- de vordering ingediend op 11 januari 2021,
- de mondelinge behandeling ter zitting van 16 februari 2021, alwaar zijn verschenen de officier van justitie, mr. [X], de vertegenwoordiger van de Voogdijraad, mevrouw [Y], en de ouders van de minderjarige in persoon,
- de mondelinge behandeling ter zitting van 2 maart 2021, alwaar zijn verschenen de officier van justitie, mevrouw mr. [X], de vertegenwoordiger van de Voogdijraad, mevrouw [Y], en de ouders van de minderjarige in persoon.
De

2.DE FEITEN

2.1
De minderjarige is geboren uit een affectieve relatie tussen de moeder en de vader. De vader heeft de minderjarige erkend.De moeder oefent het gezag over de minderjarige alleen uit.
2.2
Op 30 december 2020 heeft het openbaar ministerie de aan het gezag van de moeder onttrokken en voorlopig aan de Voogdijraad toevertrouwd.
2.3
De minderjarige verblijft sinds 30 december 2020 bij oma moederszijde (oma mz).

3.DE BEOORDELING

3.1
Ingevolge artikel 1:272 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) kan het openbaar ministerie, indien het dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk acht, op grond van feiten die tot ontzetting of ontheffing (in een van de gevallen genoemd in artikel 1:268 lid 2 BW Pro) van een ouder kunnen leiden, het kind aan het gezag van de ouder(s) onttrekken en alsdan voorlopig aan de Voogdijraad toevertrouwen. De toevertrouwing vervalt indien het openbaar ministerie niet binnen veertien dagen van de rechter haar bekrachtiging heeft gevorderd.
3.2
De bekrachtiging is tijdig gevorderd, zodat de voorlopige toevertrouwing van 30 december 2020 nog van kracht is.
3.3
Ingevolge artikel 1:272 lid 3 BW Pro kan de rechter, indien de bekrachtiging tijdig is gevorderd, hetzij de teruggave van het kind aan zijn ouders bevelen, hetzij een van de beschikkingen geven, bedoeld in artikel 1:271 BW Pro.
Artikel 1:271 lid 1 BW Pro bepaalt dat de rechter, indien hij dat in het belang van het kind noodzakelijk acht, een ouder wiens ontzetting of ontheffing, in een van de gevallen genoemd in artikel 1:268 lid 2 BW Pro, verzocht is, hangende het onderzoek geheel of gedeeltelijk in de uitoefening van het gezag over een of meer van zijn kinderen kan schorsen.
Ingevolge het vierde lid vertrouwt de rechter het kind voorlopig toe aan de Voogdijraad, indien de schorsing beide ouders betreft of een ouder die het gezag alleen uitoefent.
3.4
Ter beoordeling ligt voor de vraag of in dit geval sprake is van feiten die tot ontzetting of ontheffing (in een van de gevallen genoemd in artikel 1:268 lid 2 BW Pro) van de moeder uit het gezag over de minderjarige kunnen leiden, en die het noodzakelijk maken dat zij voorlopig geheel of gedeeltelijk in de uitoefening van het gezag over haar kind wordt geschorst.
Ontheffing
3.5
Voor zover hier van belang bepaalt artikel 1:268 BW Pro dat ontheffing niet wordt uitgesproken indien de ouder zich daartegen verzet. Deze regel is niet van toepassing indien de geestvermogens van de ouder zodanig is gestoord, dat hij niet in staat is zijn wil te bepalen of de betekenis van zijn verklaring te begrijpen.
3.6
Uit het rapport van de Voogdijraad is - samengevat - het volgende gebleken.
De moeder is sinds kinderleeftijd onder behandeling in de psychiatrie en is gediagnosticeerd met Bipolaire I stoornis. In het verleden is de moeder meerdere keren in PAAZ geïnterneerd. In het laatste jaar heeft de moeder 5 manische periodes gehad. De moeder is momenteel onder behandeling en het is voor onbepaalde tijd. De moeder krijgt medicatie die zij dagelijks moet innemen. De moeder is sinds haar zwangerschap (27 april 2020) onder behandeling van de psychiater dr. [Z] bij Respaldo. Dr. [Z] geeft aan dat er geen indicatie is dat de moeder haar medicatie niet inneemt. Dr. [Z] kan geen informatie geven over de opvoedingskwaliteiten van de moeder, nu zij de moeder alleen op de polikliniek zien en onvoldoende zicht hebben op de interacties binnen het gezin. Wel kan dr. [Z] aangeven dat Bipolaire I stoornis niet persé een hard contra-indicatie is voor het opvoeden van een kind. Ondanks dat de moeder zich goed aan de afspraken van de behandeling houdt is het in de laatste maanden twee maal tot een kortdurende psychische decompensatie gekomen (de laatste was aanleiding voor de aanmelding bij de Voogdijraad). Hieruit concludeert dr. [Z] dat puur poliklinische behandeling wellicht onvoldoende is om tijdig in te grijpen als het even minder gaat. Dr. [Z] heeft moeder daarom aangemeld bij de FACT team waar ze ambulante hulp zal krijgen. Deze hulp zal rond begin maart 2021 kunnen beginnen. Verder geeft dr. [Z] aan dat hij vermoedens heeft dat iets anders het huidige gedrag van de moeder aan het veroorzaken is. Dr. [Z] zal meer onderzoek bij de moeder doen en als de moeder hiermee gediagnosticeerd wordt, zal zij therapie bij een andere psychiater moeten krijgen. Met de nieuwe therapie zou de moeder nieuwe vaardigheden moeten aanleren om met haar nieuwe situatie om te leren gaan. Het zou dan maanden duren voordat de moeder deze nieuwe vaardigheden aanleert en weer stabiel te benoemen zou zijn.
Moeder heeft wanen en geeft aan dat zij een godin is en dat haar lot is om een beroemde zangeres te zijn. De vader gaat mee in de verwarde uitspraken van de moeder.
Oma mz geeft aan dat de moeder 35 jaar bij haar heeft gewoond en dat zij heel snel kan herkennen wanneer het niet zo goed gaat met de moeder. Signalen die oma mz aangeeft wanneer het minder goed gaat met de moeder, is wanneer de moeder begint te vloeken, niet slaapt, met iedereen ruzie maakt, agressief wordt, niet mee werkt en foto’s van Madonna op Facebook begint te zetten. Oma mz heeft begrip voor de frustratie en de gevoelens van de moeder, maar denkt dat de veiligheid van de minderjarige vooropgaat.
De moeder vertelt niet de waarheid tegen raadsonderzoeker. Ze vertelt bijvoorbeeld dat zij op de dag van de voorlopige toevertrouwing rustig aan oma mz had gezegd dat ze onderweg was en geen probleem wilde. Echter kon de raadsonderzoeker in de “voice note” die de moeder naar oma mz had gestuurd horen dat de moeder zeer agressief was. Oma mz liet de raadsonderzoeker een video zien van die avond. De minderjarige was op de achtergrond hard aan het huilen. Tijdens de interactie zei oma mz aan de moeder om de minderjarige op te tillen. De moeder wilde dit niet doen. Oma mz zei tegen de moeder dat de minderjarige ziek zou worden door het huilen en de moeder zei dat de minderjarige goed is. Oma mz zei tegen de moeder om melk voor de minderjarige te halen om aan haar te geven. De moeder gaf aan dat men niet alleen van brood leeft. De moeder gaf aan dat zij een godin is. Toen oma mz weer aan de moeder zei om voor de minderjarige te gaan zorgen schreeuwde de moeder tegen haar dat zij haar mond moest houden en dat zij oma mz zal vermoorden. De moeder bleef maar schreeuwen en beledigen. Na de voorlopige toevertrouwing bleven de ouders dagelijks beledigingen in “voice notes” en Whatsapp berichten naar oma mz sturen.
3.7
De Voogdijraad concludeert - mede gelet op de instabiele psychische gesteldheid van de moeder, het zorgelijk gedrag van de vader die geen inzicht heeft in de problematiek van de moeder, het feit dat de ouders weinig besef hebben van de consequenties voor de minderjarige en het feit dat binnen afzienbare tijd geen verandering bij de moeder wordt verwacht - dat de ontwikkeling van de minderjarige thans onder het gezag van de moeder wordt bedreigd. De hulpverlening die de moeder thans krijgt is onvoldoende om haar stabiel te krijgen. Verder onderzoek zou moeten aangeven of de moeder psychisch in staat is om voor de minderjarige te zorgen en de minderjarige een gezonde ontwikkeling kan garanderen, aldus de Voogdijraad. De Voogdijraad heeft ter zitting aangegeven van plan te zijn om een verzoek tot ontheffing van de moeder uit het ouderlijk gezag over de minderjarige in te dienen.
3.8
De moeder verzet zich tegen toewijzing van het verzoek.
3.9
Het gerecht is - gelet op het verhandelde ter zitting, het rapport van de Voogdijraad en de verklaring van de psychiater dr. [Z] - van oordeel dat de door de wet aangegeven gronden voor de voorlopige toevertrouwing aannemelijk zijn geworden en dat het in het belang van de minderjarige is dat voorlopig het gezag over haar feitelijk door de Voogdijraad wordt uitgeoefend en dat de moeder voorlopig geheel in de uitoefening van het gezag over haar wordt geschorst. Belangrijk is dat in het belang van de minderjarige wordt vastgesteld of de moeder open staat voor begeleiding en bereid is om mee te werken aan begeleiding.
3.1
Het gerecht acht termen aanwezig om de duur van de toevertrouwing van de minderjarige aan de Voogdijraad te bepalen op zes maanden.
3.11
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

4.DE BESLISSING

Het gerecht:
schorst moeder uit het gezag welke heeft over de :
[Minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2020 in Aruba,
vertrouwt de voorlopig toe aan de Voogdijraad,
bepaalt dat deze toevertrouwing van kracht zal blijven voor de duur van zes maanden,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven op 30 maart 2021 door mr. E.M.D. Angela, rechter in dit gerecht, in tegenwoordigheid van de griffier.