Uitspraak
1.[eiser 1],
[eiser 2],
[eiser 3],
[eiser 4],
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Eisers, vier zweminstructeurs in dienst van het Land Aruba, vorderden in kort geding loonbetaling tot 31 juli 2021, stellende dat hun arbeidsovereenkomsten stilzwijgend waren verlengd voor het schooljaar 2020-2021. Het Land voerde verweer en betwistte de verlenging, stellende dat de contracten slechts tot 31 december 2020 liepen.
Het Gerecht stelde vast dat eisers sinds jaren jaarlijks arbeidsovereenkomsten hadden voor de duur van een schooljaar (1 augustus tot 31 juli) die stilzwijgend werden verlengd. De loonstroken over augustus 2020 vermeldden een einddatum 31 december 2020, maar deze waren pas na 1 augustus 2020 uitgereikt, waardoor het gerechtvaardigde vertrouwen op verlenging niet werd doorbroken.
Het Land kon onvoldoende feitelijke onderbouwing geven voor haar stelling dat eisers vóór 1 augustus 2020 op de hoogte waren van een kortere contractduur. Het Gerecht oordeelde dat eisers gerechtvaardigd mochten vertrouwen op stilzwijgende verlenging tot 31 juli 2021 en kende de loonvordering toe.
Daarnaast werd het Land veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat eisers direct aanspraak konden maken op hun loon. Het meer of anders verzochte werd afgewezen.
Uitkomst: Het Land wordt veroordeeld tot loonbetaling aan eisers tot 31 juli 2021 en in de proceskosten.