ECLI:NL:OGEAA:2021:18

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
26 januari 2021
Publicatiedatum
3 februari 2021
Zaaknummer
AUA202002288
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • N.K. Engelbrecht
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:254 BW ArubaArt. 1:263 BW Aruba
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling en plaatsing minderjarige in Orthopedagogisch Centrum wegens mishandeling en gedragsproblemen

De minderjarige, geboren in 2005 in de Dominicaanse Republiek, woont sinds 2016 in Aruba bij zijn oom en voogdes. De Voogdijraad verzocht om ondertoezichtstelling en plaatsing in het Orthopedagogisch Centrum (OC) vanwege ernstige mishandeling door de voogd, grootmoeder en tante, en gedragsproblemen van de minderjarige.

Uit het dossier en de zitting blijkt dat de minderjarige mishandeld werd en gedragsproblemen vertoont zoals liegen, bedreigen en agressie. De voogden zijn niet in staat hem veilig te houden en voelen zich onmachtig, wat leidt tot slaan. De minderjarige heeft littekens en slaapt sinds plaatsing in het OC beter.

Het gerecht oordeelt dat de minderjarige met zedelijke en lichamelijke ondergang wordt bedreigd en dat ondertoezichtstelling en opname in het OC noodzakelijk zijn voor zijn verzorging en opvoeding. De beschikking stelt de minderjarige voor één jaar onder toezicht en beveelt zijn plaatsing in het OC, met benoeming van een gezinsvoogd.

Uitkomst: De minderjarige wordt onder toezicht gesteld en geplaatst in het Orthopedagogisch Centrum voor de duur van één jaar.

Uitspraak

Beschikking van 26 januari 2021
behorend bij AUA202002288 EJ
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van
DE VOOGDIJRAAD,
kantoorhoudend in Aruba,
VERZOEKER,
vertegenwoordigd.
met betrekking tot de minderjarige:
[Minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2005 in de Dominicaanse Republiek,
Belanghebbenden:
[Naam moeder], de moeder,
[Naam vader], de vader,
beiden wonende in de Dominicaanse Republiek,
[Naam voogd 1], de oom tevens voogd,
[Naam voogd 2], de voogdes,
beiden wonende in Aruba, te [adres],
[Naam voorgestelde voogd], de voorgestelde gezins.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift, ingediend op 30 juni 2020,
  • de beschikking van dit gerecht van 30 juni 2020 (AUA202001544), waarbij de minderjarige voorlopig onder toezicht is gesteld, en zijn plaatsing in het Orthopedagogisch Centrum (OC) is bevolen,
  • de mondelinge behandeling ter zitting met gesloten deuren van 24 november 2020, waar zijn verschenen mevrouw [medewerker Voogdijraad 1] en de heer [medewerker Voogdijraad 2] voor de Voogdijraad en de voorgestelde gezinsvoogd voornoemd. De ouders en de voogden hebben geen verweerschrift ingediend en zijn, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.
De

2.DE FEITEN

2.1
De minderjarige is in de Dominicaanse Republiek geboren uit de affectieve relatie tussen de vader en de moeder. De ouders wonen in de Dominicaanse Republiek.
2.2
De minderjarige woont sinds 2016 in Aruba bij zijn oom tevens voogd, en voogdes. In het huis waar zij wonen, wonen ook de drie minderjarige kinderen van de voogden, de grootmoeder van de minderjarige aan moederszijde en een tante van de minderjarige aan moederszijde.

3.HET VERZOEK

Het verzoek strekt tot ondertoezichtstelling van de minderjarige voor de periode van één jaar. Tevens wordt de plaatsing van de minderjarige in het Orthopedagogisch Centrum verzocht.

4.DE BEOORDELING

4.1
Ingevolge artikel 1:254, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) kan de rechter een kind onder toezicht stellen indien het zodanig opgroeit, dat het met de zedelijke of lichamelijke ondergang wordt bedreigd.
4.2
Het gerecht is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat genoemde gronden voor ondertoezichtstelling aanwezig zijn, en overweegt daartoe als volgt.
4.2.1
Uit het rapport van de Voogdijraad kan het volgende worden afgeleid.
De minderjarige is op 21 juni 2020 zwaar mishandeld door zijn voogd, grootmoeder en tante. De voogden hebben te kennen gegeven dat de minderjarige ernstige gedragsproblemen heeft, en dat zij de situatie niet aankunnen. De minderjarige houdt zich niet aan de door hen gestelde regels en structuur en de voogdes maken zich zorgen over de invloed die dit gedrag heeft op hun drie andere minderjarige kinderen. Ze staan open voor begeleiding.
De minderjarige vertelt dat hij door zijn grootmoeder en tante wordt uitgemaakt voor kind van de duivel, dat zij hem niet goed behandelen, en dat zijn voogden ook niet affectief zijn jegens hem. Hij zegt dat hij enorme woede voelt jegens zijn familieleden, en dat hij soms uit woede met zijn vuisten tegen muren slaat. Hij sliep thuis met een groot mes onder zijn kussen en had last van nachtmerries. Sinds zijn plaatsing in het OC slaapt de minderjarige beter en is zijn band met zijn voogd verbeterd.
Bij het OC heeft men geconstateerd dat de minderjarige liegt, bedreigt, manipuleert, en agressief en delinquent gedrag vertoont. Hij heeft spullen vernietigt waarna de politie is gebeld. Er is tevens gezien dat de minderjarige littekens op zijn lichaam heeft, die volgens de minderjarige zijn gekomen omdat zijn grootmoeder hem heeft gebeten.
Gebleken is verder dat de minderjarige (nog) geen geldige verblijfstitel heeft om in Aruba te verblijven en ook niet verzekerd is via de zorgverzekering AZV.
De Voogdijraad concludeert dat de minderjarige ernstige gedragsproblemen toont en dat de voogden niet in staat zijn om hem veilig te houden. Bij de voogden is sprake van gebrek aan opvoedingsvaardigheden en omdat zij zich onmachtig voelen gaan ze over tot slaan. Hierdoor wordt de ontwikkeling van de minderjarige met zedelijke en lichamelijke ondergang bedreigd. Een ondertoezichtstelling is in dit geval de meest geïndiceerde kinderbeschermingsmaatregel is, opdat zowel de voogden als de minderjarige de nodige ondersteuning en begeleiding krijgen.
4.2.2
Ter zitting heeft de Voogdijraad hier nog aan toegevoegd dat sinds de plaatsing van de minderjarige bij het OC, de politie meermalen door het OC is ingeschakeld vanwege problemen met de minderjarige. Hij houdt zich niet aan de regels en werkt de begeleiding tegen.
4.3
Gelet op het voorgaande is het naar het oordeel van het gerecht een ondertoezichtstelling, binnen welk kader de benodigde hulpverlening moet worden voortgezet in dit geval aangewezen.
4.4
Ingevolge artikel 1:263, eerste lid, BW kan de rechter het kind doen opnemen in een door hem aan te wijzen inrichting of elders dan in een inrichting indien dit in het belang van de verzorging en opvoeding noodzakelijk is. Het gerecht is van oordeel dat het in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige noodzakelijk is dat hij wordt opgenomen in het OC.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
stelt [minderjarige] geboren op [geboortedatum] 2005 in de Dominicaanse Republiek, onder toezicht voor de duur van één jaar ingaande heden,
benoemt [naam voorgestelde voogd] tot gezinsvoogd,
beveelt de plaatsing van[minderjarige] in het Orthopedagogisch Centrum, voor de duur van één jaar ingaande heden,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven op 26 januari 2021 door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, in aanwezigheid van de griffier.