ECLI:NL:OGEAA:2021:207
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Beschikking
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Ontruiming gehuurd pand wegens huurachterstand en betaling achterstallige huur
In deze kortgedingprocedure vordert eiser ontruiming van het gehuurde pand door gedaagde vanwege een aanzienlijke huurachterstand. Gedaagde erkent de achterstand, maar verzet zich tegen ontruiming met het argument dat de bedrijfsvoering en woonplaats van de directeur aan het gehuurde zijn verbonden.
Het Gerecht stelt vast dat de huurachterstand meer dan drie maanden bedraagt en dat gedaagde geen beroep heeft gedaan op opschortingsrechten, bijvoorbeeld vanwege de coronapandemie. Het verweer dat de onderneming gebonden is aan het gehuurde wordt verworpen omdat geen specifieke omstandigheden zijn gesteld die dit onderbouwen.
Het Gerecht acht het spoedeisend belang van eiser aannemelijk en weegt het belang van eiser op ontruiming zwaarder dan dat van gedaagde op verblijf. Er wordt een ontruimingstermijn van vier weken na betekening van het vonnis toegekend, met een opschortende werking bij overheidsmaatregelen in het kader van volksgezondheid.
Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van de achterstallige huurpenningen tot en met december 2020, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 10 december 2020, en tot betaling van de huur vanaf januari 2021 tot aan de daadwerkelijke ontruiming. De gevorderde dwangsom en machtiging tot zelfontruiming worden afgewezen. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen vier weken en betaling van achterstallige huur met wettelijke rente.