ECLI:NL:OGEAA:2021:208
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Kort geding
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot terugbetaling geldlening wegens niet-opeisbaarheid op pensioendatum
Partijen sloten op 19 mei 2017 een geldleningsovereenkomst waarbij eiseres een bedrag van Afl. 30.096,- leende tegen 10% rente met maandelijkse aflossingen. De overeenkomst bevatte bepalingen over onmiddellijke opeisbaarheid bij bepaalde omstandigheden, waaronder beëindiging van de arbeidsovereenkomst.
Eiseres ging in januari 2020 met pensioen en Banco di Caribe maakte op 6 februari 2020 een bedrag van bijna Afl. 19.000,- van haar betaalrekening over naar de leningrekening, stellende dat de lening toen volledig opeisbaar was. Eiseres betwistte dit en stelde dat zij steeds aan haar betalingsverplichtingen had voldaan en dat geen grond voor onmiddellijke opeisbaarheid bestond.
Het Gerecht oordeelde dat de enkele beëindiging van de arbeidsovereenkomst door pensionering niet leidt tot opeisbaarheid, mede gelet op de omstandigheden waaronder partijen de overeenkomst sloten en de zekerheden die eiseres kon bieden. Omdat eiseres steeds betaalde en geen andere grond voor opeisbaarheid was gesteld of gebleken, was het bedrag op 6 februari 2020 niet opeisbaar.
Daarom werd de vordering van eiseres tot terugbetaling van Afl. 8.956,49 toegewezen. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en Banco di Caribe werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Banco di Caribe wordt veroordeeld tot terugbetaling van Afl. 8.956,49 aan eiseres wegens niet-opeisbaarheid van de lening op 6 februari 2020.